wetzoeker

Artikel 122 Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015

Toezicht op toegelaten instellingen en dochtermaatschappijen

Onze Minister stelt de betrokken raden van commissarissen en besturen van dochtermaatschappijen op de hoogte van:

a. zijn voornemens om toepassing te geven aan artikel 19, vierde lid, 48, achtste lid, 61d, 61g, eerste, tweede of derde lid, 61h, eerste lid, 104a, eerste lid, 105, eerste lid, of 120b van de wet, alsmede zijn besluiten daartoe;

b. zijn voornemens om een goedkeuring als bedoeld in artikel 21, eerste lid, 27, eerste lid, 41b, eerste lid, 49a, tweede lid, 50b, eerste lid, of 53, tweede lid, eerste volzin, van de wet, niet te verlenen, alsmede zijn besluiten daartoe;

c. zijn activiteiten en voorgenomen activiteiten jegens toegelaten instellingen ten aanzien van welke een situatie als bedoeld in artikel 29, eerste lid eerste volzin, of tweede lid, eerste volzin, van de wet of 57, eerste lid, onderdeel a, van de wet van toepassing is;

d. de saneringsplannen die hij heeft goedgekeurd;

e. zijn oordeel over de stukken, bedoeld in artikel 38, eerste, tweede en derde lid, van de wet, indien daaruit kan worden opgemaakt dat hij van oordeel is dat de betrokken toegelaten instellingen schade aan het belang van de volkshuisvesting hebben berokkend, en

f. zijn andere activiteiten, besluiten en voornemens daartoe, in de gevallen waarin hij van oordeel is dat kennisneming daarvan door de betrokken raden van commissarissen of besturen van dochtermaatschappijen uit het oogpunt van een goede uitvoering van hun toezicht noodzakelijk is.

Regeling
Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
Afkortingen
BTIV 2015
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0036702
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl