wetzoeker

7.3 — Criteria met betrekking tot de kwaliteit van het voorgestelde programma Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Funding Leadership Opportunities for Women 2016–2020)

Criteria met betrekking tot de kwaliteit van het voorgestelde programma

De kwaliteit van het programma wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria.

P.10 De mate waarin het programma beleidsmatig relevant is. Dit wordt beoordeeld aan de hand van de volgende factoren:

P.10.a. Relevantie voor het doel van dit subsidiebeleidskader: de mate waarin de activiteiten bijdragen aan het vergroten van het enabling environment voor gelijke rechten en kansen voor vrouwen en meisjes in lage- en lage-middeninkomenslanden, China, Maleisië, Thailand, Algerije, Iran, Jordanië, Libanon, Libië en Tunesië voornamelijk op de thema’s van veiligheid (bestrijding van geweld tegen vrouwen), economische participatie en participatie van vrouwen in politiek en bestuur.

P.10.b. De mate waarin de activiteiten aansluiten bij het internationale Nederlandse genderbeleid zoals omschreven in de Kamerbrief Internationaal Genderbeleid van november 2011

44 http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2011/11/15/kamerbrief-internationaal-genderbeleid.html

en de meer recente kamerbrieven ‘Wat de wereld verdient’

45 http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/notas/2013/04/05/wat-de-wereld-verdient-een-nieuwe-agenda-voor-hulp-handel-en-investeringen.html

en ‘Respect en Recht voor ieder Mens van 14 juni 2013’

46 http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/notas/2013/06/14/beleidsbrief-respect-en-recht-voor-ieder-mens.html

alsmede de internationale consensus zoals verwoord in de betreffende aandachtsgebieden uit het Beijing Actieplan en het voorziene Post 2015 SDG 5 voor Gendergelijkheid.

P.10.c. Complementariteit en coherentie: de mate waarin de activiteiten zijn afgestemd op de situatie in de landen waarin de activiteiten worden uitgevoerd, het ontwikkelingsbeleid van Nederland en andere donoren, evenals de meerwaarde van de activiteiten ten opzichte van andere activiteiten in de landen waar de activiteiten worden uitgevoerd.

P.11 De mate waarin het programma, in het bijzonder de probleemstelling en doelstelling, is afgestemd op de uitkomsten van een valide analyse van de context.

P.12 De mate waarin het programma bijdraagt aan de institutionele capaciteitsopbouw van de partners in de landen van uitvoering en de mate waarin deze dan wel de doelgroep effectieve invloed hebben op de sturing van het programma.

P.13 De mate waarin sprake is van adequaat risicomanagement, bestaande uit een adequate risicoanalyse en een adequaat systeem voor monitoring en bijsturing, en indien van toepassing de mate waarin de benodigde middelen zijn gewaarborgd die complementair aan de gevraagde subsidie nodig zijn voor de uitvoering van het programma.

P.14 De mate waarin het programma een blijvend (duurzaam) effect voor de uiteindelijke doelgroep heeft en bijdraagt aan de institutionele duurzaamheid van de partners en de eigen organisatie van de aanvrager/penvoerder

P.15 In geval van mede-indieners, de mate waarin het werken met de mede-indieners meerwaarde heeft en de penvoerder en de mede-indieners ervaring hebben met het samenwerken in deze alliantie, dit blijkt uit een door alle betrokken organisaties getekende samenwerkingsovereenkomst, waarin in ieder geval afspraken zijn neergelegd over (i) de wijze waarop elk van de partijen bijdraagt aan de werkzaamheden van de alliantie, (ii) de wijze waarop de besluitvorming in de alliantie plaatsvindt, (iii) de wijze waarop de kosten en de risico’s worden gedeeld over de deelnemers en (iv) de wijze waarop de naleving van de aan een subsidie verbonden verplichtingen jegens de Minister is gewaarborgd.

P.16 De mate waarin het programma is uitgewerkt in outcomes, beoogde outputs, voorgenomen activiteiten en middelen en zijn voorzien van een helder verband tussen de te bereiken outputs en de daarvoor benodigde middelen, en de mate waarin de beoogde outcomes, outputs en middelen Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden zijn uitgewerkt.

P.17 De mate waarin het programma vernieuwend is, in thematische zin, door verbeteringen in de gehanteerde interventiestrategie en door efficiencywinst in de uitvoering.

Regeling
Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Funding Leadership Opportunities for Women 2016–2020)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
25-11-2015
BWB-id
BWBR0036670
Versie
2015-11-25_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl