Hoofdstuk 1 — Inleiding en achtergrond Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Funding Leadership Opportunities for Women 2016–2020)
Inleiding en achtergrond
In de beleidsagenda voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking staat het tegengaan van ongelijkheid centraal. Daarbij gaat het niet alleen om economische ongelijkheid, maar ook om ongelijkheid in sociaal, politiek, religieus of etnisch opzicht alsook vanwege sekse of seksuele geaardheid. Dit beleidskader is een uitwerking van het internationale genderbeleid zoals onder andere verwoord in de Kamerbrief Internationaal Genderbeleid van november 2011
3 http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2011/11/15/kamerbrief-internationaal-genderbeleid.html
en de meer recente kamerbrieven ‘Wat de wereld verdient’
4 http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/notas/2013/04/05/wat-de-wereld-verdient-een-nieuwe-agenda-voor-hulp-handel-en-investeringen.html
en ‘Respect en Recht voor ieder Mens van 14 juni 2013’
5 http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/notas/2013/06/14/beleidsbrief-respect-en-recht-voor-ieder-mens.html
.
De laatste decennia is er wereldwijd sprake van enige vooruitgang op het gebied van vrouwenrechten en gelijke behandeling. Veel landen hebben discriminerende wetgeving vervangen en geweld tegen vrouwen gecriminaliseerd. Ook is er geïnvesteerd in gezondheid en onderwijs en is er in sommige landen sprake van toegenomen economische participatie. Over het algemeen is het tempo van de veranderingen echter langzaam. In enkele landen en op bepaalde gebieden is sprake van stagnatie en zelfs terugval. Hoewel de regionale en contextuele verschillen groot zijn, zijn experts het er over eens dat transitie naar gendergelijkheid nog nergens in de wereld vanzelfsprekend is, en evenmin onomkeerbaar
6 Review and appraisal of the implementation of the Beijing Declaration and Platform for Action and the outcomes of the twenty-third special session of the General Assembly Report of the Secretary-General, ECOSOC E/CN.6/2015/3
.
Bepaalde kwetsbare groepen hebben bovendien nog nauwelijks geprofiteerd van betere kansen. Dit geldt bijvoorbeeld voor vrouwen en meisjes die in extreme armoede leven en eveneens voor vrouwen die te maken krijgen met meervoudige discriminatie (lesbische, biseksuele en transgender vrouwen; gehandicapte en arbeidsongeschikte vrouwen; vrouwen met HIV, migranten).
Ongelijkheid in het openbare leven vindt vaak zijn oorsprong in ongelijke machtsrelaties op het persoonlijke vlak. Onderzoekers hebben vastgesteld dat in een derde van de huwelijken tussen een man en een vrouw, de vrouw helemaal geen zeggenschap heeft over belangrijke zaken zoals grote aankopen, woonplaats en leefstijl.
7 UN-Women: calculations based on data from demographic and health surveys. Uit: Review and appraisal of the implementation of the Beijing
Declaration and Platform for Action and the outcomes of the twenty-third special session of the General Assembly Report of the Secretary-General E/CN.6/2015/3
De laatste jaren is in een aanzienlijk aantal lage- en middeninkomenslanden sprake van substantiële economische groei. Die groei leidt echter niet vanzelf tot gendergelijkheid of verbetering van de positie van vrouwen. Het verband tussen gendergelijkheid en economische groei is complex en asymmetrisch. Economische groei op zichzelf blijkt niet voldoende om de positie van vrouwen te verbeteren, zelfs al wordt er in sommige gevallen betaald werk gegenereerd. Zonder additionele investeringen in veiligheid, kennis, gezondheid en gelijke rechten blijft de bijdrage van vrouwen suboptimaal. Omgekeerd echter, is het bewijs dat investeringen in vrouwen en meisjes, vooral in kennis en werkgelegenheid bijdragen aan economische groei onmiskenbaar
8 The Gender Divident: Making the business case for investing in Women. Deloitte, 2011 http://www.slideshare.net/ljubab/the-gender-dividend-making-the-business-case-for-investing-in-women
9 World Bank Development report 2012
10 Kabeer and Natali (2013): 3, 34-36, 38.
.
Het FLOW 2016–2020 – fonds is de tweede opvolger van het MDG3 Fonds, dat in 2009 in het leven werd geroepen om de achterblijvende resultaten op Millenniumdoel 3 (gelijke rechten en kansen voor vrouwen) in te lopen. De MDG3- en FLOW-fondsen
11 Vaststelling beleidsregels subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (MDG3-
Fonds: Investeren in gelijkheid) Staatscourant 29 februari 2008, nr. 43 en Besluit van de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken van 10 mei 2011, nr. DJZ/BR-0457/11, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006, Funding Leadership and Opportunities for Women (FLOW), Stcrt. 2011, nr. 8466.
hebben maatschappelijke organisaties voor vrouwenrechten in staat gesteld om brede netwerken van grassroots organisaties te bereiken, lobby & advocacy capaciteit te ontwikkelen en als organisaties te groeien. Dit beleidskader dat de leidraad vormt voor de vernieuwing van Funding Leadership and Opportunities for Women (FLOW), bouwt voort op wat bereikt is in de twee eerdere fondsen en sluit aan op de voortgaande internationale debat over vrouwenrechten, met name in het kader van de VN Review van 20 jaar Implementatie van het Beijing Actieplan en de totstandkoming van de Post 2015 Wereldwijde Ontwikkelingsagenda en de voorziene specifieke duurzame ontwikkelingsdoelstelling voor gender (Sustainable Development Goal 5 over Gender Equality) die daarin is opgenomen.
Dit document is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 worden de beleidsuitgangspunten, de reikwijdte en de prioriteitsgebieden van FLOW 2016–2020 omschreven. Hoofdstuk 3 geeft de betekenis van een aantal kernbegrippen in het verband van dit kader. Hoofdstuk 4 bepaalt welke organisaties in aanmerking kunnen komen voor een subsidie in het kader van FLOW 2016–2020. Hoofdstuk 5 beschrijft het beoordelingsproces voor aanvrager/penvoerders van een subsidie in het kader van dit fonds. Hoofdstuk 6 gaat in op de monitoring en evaluatie van activiteiten waarvoor subsidie is verkregen. Hoofdstuk 7 geeft een overzicht van de criteria die worden gehanteerd om de aanvragen te selecteren die in aanmerking komen voor subsidie.
- Regeling
- Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Funding Leadership Opportunities for Women 2016–2020)
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 25-11-2015
- BWB-id
- BWBR0036670
- Versie
- 2015-11-25_0