4.6 — PI 5: Ondersteuning keuzeproces en zorgbemiddeling Regeling protocol Prestatiemeting Wlz 2015
PI 5: Ondersteuning keuzeproces en zorgbemiddeling
Toetsingsaspect en normering | Punten 2015
A. Aanspreekpunt voor Wlz-verzekerden, zorgaanbieders en gemeenten in de zorgregio (was PI 1 E) | 2
Telefonische bereikbaarheid. Wlz-uitvoerders hebben hiervoor landelijk outcome-indicatoren ontwikkeld. Deze worden toegelicht in het Model Uitvoeringsverslag en financiële verantwoording. De Wlz-uitvoerder wordt getoetst op de volgende uitkomsten:
Norm: a. Telefonische bereikbaarheid: een voldoende percentage opgenomen gesprekken als deel van het totaal aantal binnengekomen gesprekken. b. Service level: een voldoende percentage gesprekken dat binnen 30 seconden wordt opgenomen als deel van het totaal aantal binnengekomen gesprekken. De gehanteerde wachttijd betreft het aantal seconden tussen het tot stand komen van de verbinding en het starten van het gesprek.
B. Contractering van onafhankelijke cliëntondersteuning (nieuw) | 3
Art. 4.2.1 van de Wlz verlangt van de Wlz-uitvoerder, dat hij ervoor zorgt dat voor de verzekerde cliëntondersteuning beschikbaar is, waarop de verzekerde, al dan niet met behulp van zijn vertegenwoordiger of mantelzorger, een beroep kan doen. Op basis van art. 1.1.1 van de Wlz betreft cliëntondersteuning hier: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies, algemene ondersteuning en zorgbemiddeling die bijdraagt aan het tot gelding brengen van het recht op zorg in samenhang met dienstverlening op andere gebieden. De Handreiking onafhankelijke cliëntondersteuning van ZN stelt dat de cliënt de onafhankelijke cliëntondersteuner kan inschakelen bij: − het opstellen van een persoonlijk plan bij een aanvraag voor PGB, VPT of MPT; − het opstellen van het zorgplan en de zorgplanbespreking; − bemiddeling indien de cliënt niet tevreden is met de zorg; − zorgbemiddeling in de zin van informatie en advies over de verschillende leveringsvormen en over passende zorgaanbieders. De Wlz-uitvoerder contracteert hiertoe onafhankelijke cliëntondersteuning. Hij houdt zich hierbij aan de landelijk uniforme uitgangspunten en eisen van de Handreiking onafhankelijke cliëntondersteuning en de uniforme raamovereenkomst van ZN.
Norm: De Wlz-uitvoerder: a. stelt informatie op de website beschikbaar die de belanghebbende kan raadplegen over de inhoud van onafhankelijke cliëntondersteuning, de mogelijkheden en de voorwaarden. b. contracteert slechts organisaties die: - geen zorg of ondersteuning bieden die onderdeel uitmaakt van of voortvloeit uit de Wlz-indicatie en daarmee dient te worden geboden door de zorgaanbieder; - geen belang hebben bij Wlz-uitvoerder of zorgaanbieder. c. stelt aan de onafhankelijke cliëntondersteuning kwaliteitseisen voor: - kennis van de doelgroep, regio, Wlz-procedures; - professionaliteit en integriteit; - bereikbaarheid vijf dagen per week tijdens kantooruren, en respons op aanvraag ondersteuning binnen twee werkdagen. d. contracteert per zorgkantoorregio tenminste twee onafhankelijke organisaties voor cliëntondersteuning. e. vraagt van de gecontracteerde organisaties verantwoordingsinformatie op conform paragraaf 2.4 van de Handreiking onafhankelijke cliëntondersteuning van ZN.
C. Zorgbemiddeling door Wlz-uitvoerder (nieuw) | 3
Artikel 4.3.1 van het Blz stelt expliciet dat de Wlz-uitvoerder de volgende activiteiten ex art. 4.2.1 Wlz zelf uitvoert, en middellijk noch onmiddellijk uitbesteedt aan een zorgaanbieder: − informeren van de verzekerde over de keuzemogelijkheid tussen de verschillende leveringsvormen, en de voorwaarden; − aan de cliënt die kiest voor zorg in natura zelf de keuze laten tussen alle geschikte gecontracteerde zorgaanbieders; − de verzekerde desgewenst bemiddelen naar een geschikte, gecontracteerde aanbieder.
Norm: De Wlz-uitvoerder: a. adviseert over geschikt gecontracteerd zorgaanbod in het jaar t+1 rechtstreeks elke nieuw geïndiceerde of her-indiceerde cliënt: - die gekozen heeft voor zorg in natura thuis; - die gekozen heeft voor intramurale zorg en daarbij geen voorkeursaanbieder heeft aangegeven. c. verlangt van de voorkeursaanbieder in het jaar t+1 dat deze, indien hij de gewenste leveringsvorm of prestatie, dan wel de gevraagde overbruggingszorg niet zelf kan leveren: - de Wlz-uitvoerder hierover zo spoedig mogelijk inlicht; - de cliënt wijst op de mogelijkheid voor verdere zorgbemiddeling door de Wlz-uitvoerder. Onderdeel a is niet van toepassing als de cliënt gebruik maakt van door de Wlz-uitvoerder gecontracteerde onafhankelijke zorgbemiddeling.
D. Beoordeling doelmatigheid leveringsvorm door Wlz-uitvoerder (nieuw) | 2
Art. 3.3.2 van de Wlz verlangt dat de Wlz-uitvoerder een MPT en een VPT zelf beoordeelt op doelmatigheid. Op basis van dit oordeel neemt de Wlz-uitvoerder zowel een expliciet besluit over de toekenning of afwijzing van de aanvraag van het VPT en het MPT, als over een eventuele intrekking van het VPT en MPT. De Wlz-uitvoerder beoordeelt voor zorg in natura thuis of naar zijn mening: − het VPT verantwoord en doelmatig aan de verzekerde thuis kan worden verleend; − het MPT in de door de verzekerde gewenste samenstelling verantwoorde en doelmatige verlening van de geïndiceerde zorg mogelijk maakt; − de totale kosten van het MPT en een eventueel additioneel PGB niet hoger zijn dan het PGB dat de verzekerde zou worden verleend indien hij geen MPT zou ontvangen.
Norm: De Wlz-uitvoerder: − neemt een expliciet besluit over elke toekenning of intrekking van een MPT en een VPT op basis van zijn oordeel of de zorg thuis verantwoord en doelmatig kan worden verleend en stelt de verzekerde hiervan in kennis; − overlegt alvorens een besluit te nemen over de toekenning of intrekking van een MPT met de aanvrager / houder van een MPT over de samenstelling van het MPT; − biedt, alvorens een besluit te nemen over de toekenning van een MPT, de aanvrager de gelegenheid om gedurende zeven dagen na de aanvraag een persoonlijk plan over de samenstelling van het MPT aan te leveren. De Wlz-uitvoerder betrekt dit in het overleg met de MPT-aanvrager; − Beoordeelt of de totale kosten van het MPT en een eventueel additioneel PGB niet hoger zijn dan het PGB dat de verzekerde zou worden verleend indien hij geen MPT zou ontvangen. In de beoordeling van het eerste gedachtestreepje betrekt de NZa voor het overgangsjaar 2015: 1) de praktijk waarbij op basis van informatie van de zorgaanbieder kan worden beoordeelt of zorg thuis verantwoord is; 2) veldnormen voor doelmatigheid in 2015 in afwachting van landelijke kaders.
Totaal aantal punten | 10
- Regeling
- Regeling protocol Prestatiemeting Wlz 2015
- Soort
- ZBO-regeling
- Geldend vanaf
- 28-05-2015
- BWB-id
- BWBR0036635
- Versie
- 2015-05-28_0