wetzoeker

Artikel 4 Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen

1. Met betrekking tot het onderhoud van een RPAS is de houder verplicht ervoor te zorgen dat de minister op zijn verzoek wordt ingelicht omtrent het tijdstip, waarop met het onderhoud dan wel met bepaalde daartoe behorende werkzaamheden zal worden aangevangen.

2. Het onderhoud van een RPAS mag worden uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van de houder van het RPAS.

3. Met betrekking tot het onderhoud aan een RPAS of een onderdeel daarvan is de uitvoerder er voor verantwoordelijk:

a. dat de organisatie en inrichting van de bij het onderhoud betrokken werkplaatsen, de werkwijzen en controlemethoden, de gereedschappen, de onderhoudsdocumentatie, alsmede de kundigheid van het bij de werkzaamheden betrokken personeel, zodanig zijn dat een goede uitvoering van het onderhoud is gewaarborgd;

b. dat materialen, onderdelen en halfproducten, alsmede uitrustingsstukken alvorens deze bij het onderhoud te verwerken, zijn:

1°. geproduceerd volgens een door de ontwerper van het RPAS goedgekeurde producent, dan wel

2°. onderhouden volgens de aanwijzingen van de ontwerper van het RPAS;

c. dat het RPAS na het onderhoud aan de in Artikel 6 genoemde luchtwaardigheidseisen voldoet, door het uitvoeren of laten uitvoeren van de inspecties en proeven waaruit blijkt, dat:

1°. de vervaardigingswijzen, de samenvoeging en de beproevingswijzen door de ontwerper van het RPAS zijn goedgekeurd of als zodanig zijn aanvaard, en

2°. de werking van het RPAS juist is.

Regeling
Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
31-12-2020
BWB-id
BWBR0036568
Versie
2020-12-31_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl