wetzoeker

Uitvoeringsregeling Archiefbeheer Veiligheid en Justitie 2014

Regeling van de secretaris-generaal van het Ministerie van Veiligheid en Justitie van 19 juni 2014, nummer 513232 ter uitvoering van het archiefbeheer (Uitvoeringsregeling Archiefbeheer Veiligheid en Justitie 2014)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
02-07-2014
Rechtsgebied
Cultureel recht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0036548
Versie
2014-07-02_0
SHA-256 bron
6b2f55fa97e2b53b21fda2e029311edfb328187dc4f39d3831fec8ff686dab48

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (14)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13
  14. Artikel 14

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. archiefbestanddeel: geheel van archiefbescheiden binnen een archief bijeengebracht met een bepaald doel om in onderlinge samenhang te raadplegen;

b. classificatie: systematische identificatie en ordening van bedrijfsprocessen, handelingen, archiefbescheiden of archiefbestanddelen;

c. digitaal depot: archiefruimte waar digitale archiefbescheiden duurzaam worden beheerd.

Hoofdstuk 2 — De archiveringsfuncties

Artikel 2

Archiefbescheiden worden opgeslagen in een registratiesysteem.

Hoofdstuk 2 — De archiveringsfuncties

Artikel 3

1 Ieder archief, archiefbestanddeel en archiefstuk wordt voorzien van een uniek kenmerk en metadata.

2 Bij het opslaan vindt beschrijving op het niveau van zowel het archiefstuk als het archiefbestanddeel plaats.

3 Rubriceringen zoals genoemd in het Besluit voorschrift informatiebeveiliging rijksdienst – bijzondere informatie, worden als metadata aan de beschrijving van archiefbescheiden toegevoegd.

4 Metadata over archiefbescheiden zijn onlosmakelijk verbonden met de archiefbescheiden.

Hoofdstuk 2 — De archiveringsfuncties

Artikel 4

Een registratiesysteem wordt ingericht volgens de classificatie die voor het dienstonderdeel geldt.

Hoofdstuk 2 — De archiveringsfuncties

Artikel 5

Van iedere beschikbaarstelling van archiefbescheiden worden de volgende gegevens vastgelegd:

a. de functionaris die de archiefbescheiden beschikbaar gesteld heeft gekregen;

b. de archiefbescheiden die het betrof en

c. het moment waarop de archiefbescheiden werden beschikbaar gesteld.

Hoofdstuk 2 — De archiveringsfuncties

Artikel 6

1 Het bewaren van archiefbescheiden geschiedt bij een dienstonderdeel, tenzij het beheer is ondergebracht bij een interne of externe dienstverlener.

2 Van digitale archiefbescheiden worden back-ups gemaakt.

Hoofdstuk 2 — De archiveringsfuncties

Artikel 7

Voorstellen voor de waardering van archiefbescheiden worden ingediend bij de directie Informatisering en Inkoop.

Hoofdstuk 2 — De archiveringsfuncties

Artikel 8

Archiefbescheiden worden geselecteerd aan de hand van vastgestelde selectielijsten en door toekenning in het registratiesysteem van metadata over het bewaren, overbrengen dan wel vernietigen en de vernietigingstermijn.

Hoofdstuk 2 — De archiveringsfuncties

Artikel 9

1 Bij de vervanging van de archiefbescheiden worden schriftelijk vastgelegd;

a. de functionaris die de archiefbescheiden vervangt;

b. de archiefbescheiden die worden vervangen;

c. de reden van vervanging van de archiefbescheiden;

d. de methode waarmee tot reproductie vooraf aan vervanging wordt overgegaan en

e. het moment waarop de archiefbescheiden worden vervangen.

Hoofdstuk 2 — De archiveringsfuncties

Artikel 10

1 Archiefbescheiden mogen alleen worden vernietigd op grond van een vastgestelde selectielijst.

2 De datum van de vernietigingstermijn gaat in op:

a. de sluitingsdatum van het archiefbestanddeel of de sluitingsdatum van het archief of

b. de datum waarop een in een archiefstuk, archiefbestanddeel of archief genoemde handeling niet langer rechtsgeldig is of

c. de datum waarop de archiefbescheiden, archiefbestanddelen, het archief niet meer nodig zijn voor de uitvoering van werkzaamheden, processen, handelingen

3 Van iedere vernietiging van archiefbescheiden worden schriftelijk vastgelegd:

a. de functionaris die de archiefbescheiden vernietigt;

b. de archiefbescheiden die worden vernietigd;

c. de reden van de vernietiging van de archiefbescheiden;

d. de methode waarmee de archiefbescheiden worden vernietigd en

e. het moment waarop de archiefbescheiden worden vernietigd.

Hoofdstuk 2 — De archiveringsfuncties

Artikel 11

1 Archiefbescheiden mogen alleen worden overgebracht op grond van een vastgestelde selectielijst.

2 Van de overbrenging van archiefbescheiden worden schriftelijk vastgelegd:

a. de functionaris die de overbrenging uitvoert;

b. de archiefbescheiden die worden overgebracht;

c. de reden van overbrenging van de archiefbescheiden;

d. de eventuele beperkende bepalingen aan de openbaarheid van de archiefbescheiden na de overbrenging;

e. de methode waarmee de archiefbescheiden worden overgebracht en

f. het moment waarop de archiefbescheiden worden overgebracht.

Hoofdstuk 2 — De archiveringsfuncties

Artikel 12

1 De directie Informatisering en Inkoop adviseert in geval van reorganisatie over de archiefbescheiden betreffende zaken welke op het moment van reorganisatie nog niet zijn afgedaan of overgedragen aan een dienstonderdeel van het ministerie of een ander overheidsorgaan, dat deze zaken zal afdoen.

2 Van reorganisaties bij een dienstonderdeel dat archiefbescheiden in beheer heeft gegeven bij een interne of externe dienstverlener wordt de dienstverlener onverwijld daarvan in kennis gesteld.

Hoofdstuk 3 — Slotbepalingen

Artikel 13

Deze uitvoeringsregeling treedt gelijktijdig in werking met de Archiefbeheersregels Veiligheid en Justitie 2014.

Hoofdstuk 3 — Slotbepalingen

Artikel 14

Deze regeling wordt aangehaald als Uitvoeringsregeling Archiefbeheer Veiligheid en Justitie 2014.