wetzoeker

Artikel 7 Instellingswet Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming 2015

Instelling, taak en samenstelling

1 De leden van de Raad worden op eigen aanvraag bij koninklijk besluit ontslagen.

2 De leden worden voorts door de Raad, bij een met redenen omkleed besluit ontslagen, geschorst of bij ongeschiktheid wegens ziekte met een andere taak belast en de leden worden door de voorzitter van de Raad bij met redenen omkleed besluit, gewaarschuwd overeenkomstig hoofdstuk 6A van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, met dien verstande dat:

– in plaats van «de rechterlijk ambtenaar» wordt gelezen: het lid;

– in plaats van «Hoge Raad» wordt gelezen: Raad;

– in plaats van «procureur-generaal» wordt gelezen: voorzitter;

– in plaats van «plaatsvervangend procureur generaal» wordt gelezen: voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak;

– in plaats van «een gerecht» wordt gelezen: de Raad;

– in plaats van «functionele autoriteit» wordt gelezen: voorzitter;

– de Raad de mededeling van beslissingen, bedoeld in artikel 46p, vijfde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, doet aan Onze Minister.

3 De artikelen 46i, vijfde lid, 46k, vijfde lid, en 46l tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat wordt gelezen:

– in plaats van «de rechterlijke ambtenaar»: het lid;

– in plaats van «Hoge Raad»: Raad.

Regeling
Instellingswet Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming 2015
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2020
BWB-id
BWBR0036510
Versie
2020-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl