wetzoeker

Regeling criteria bijproducten kaderrichtlijn afvalstoffen

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 18 maart 2015, nr. IENM/BSK-2015/52417, houdende vaststelling van criteria ter nadere invulling van de voorwaarden als bedoeld in artikel 5 van de kaderrichtlijn afvalstoffen (Regeling criteria bijproducten kaderrichtlijn afvalstoffen)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2024
Rechtsgebied
Milieurecht, Ruimtelijke ordening en milieu
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0036424
Versie
2024-01-01_0
SHA-256 bron
cb7506a3f9f508c88280b258af123e9e9fa368b61ee332ad56013940b5962011

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 1a
  3. Artikel 2
  4. Artikel 3
  5. Artikel 4
  6. Bijlage 1 — als bedoeld in artikel 1 van de Regeling criteria bijproducten kaderrichtlijn afvalstoffen
  7. Bijlage 2 — als bedoeld in artikel 2 van de Regeling criteria bijproducten kaderrichtlijn afvalstoffen

Artikel 1

Deze regeling berust op artikel 1.1, vierde lid, van de Wet milieubeheer.

Artikel 1a

Onder ‘onmiddellijk worden gebruikt zonder enige verdere verwerking anders dan die welke bij normale productiepraktijken gangbaar is’, als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van de kaderrichtlijn afvalstoffen, wordt in ieder geval verstaan het verwerkingsproces dat ten aanzien van een stof, preparaat of voorwerp is opgenomen in bijlage 1.

Artikel 2

Onder ‘geproduceerd als een integraal onderdeel van een productieproces’, als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de kaderrichtlijn afvalstoffen, wordt in ieder geval verstaan het productieproces van herkomst dat ten aanzien van een stof, preparaat of voorwerp is opgenomen in bijlage 2.

Artikel 3

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling criteria bijproducten kaderrichtlijn afvalstoffen.

Artikel 4

Deze regeling treedt in werking op 1 april 2015.

Bijlage 1 — als bedoeld in artikel 1 van de Regeling criteria bijproducten kaderrichtlijn afvalstoffen

Bijlage 1 — als bedoeld in artikel 1 van de Regeling criteria bijproducten kaderrichtlijn afvalstoffen

Stof, preparaat of voorwerp | Verwerkingsproces

Ruwe glycerine Samenstelling (massaprocent): 70% – 95% glycerine (CAS 56-81-5, EINECS 200-289-5) en indien aanwezig: – Methanol: maximaal 2% – MONG*: maximaal 10% – Zout (NaCl): maximaal 10% – Water: maximaal 20% * MONG: overige organische stoffen of materialen | Productie van zuivere glycerine door middel van achtereenvolgens: – verwarming tot 100 °C; – onder licht vacuüm (50 mbar) verdampen van methanol en water; – afscheiding gezuiverde glycerine door middel van destillatie bij 5 mbar; en – verhoging glycerine opbrengst door behandeling van bodemfractie in de-canter en post-still.

Bijlage 2 — als bedoeld in artikel 2 van de Regeling criteria bijproducten kaderrichtlijn afvalstoffen

Bijlage 2 — als bedoeld in artikel 2 van de Regeling criteria bijproducten kaderrichtlijn afvalstoffen

Stof, preparaat of voorwerp | Productieproces van herkomst

Ruwe glycerine Samenstelling (massaprocent): glycerine: 70% – 95% (CAS 56-81-5, EINECS 200-289-5) en indien aanwezig: – Methanol: maximaal 2% – MONG*: maximaal 10% – Zout (NaCl): maximaal 10% – Water: maximaal 20% * MONG: overige organische stoffen of materialen | Productie van biodiesel

Ruwe glycerine Samenstelling (massaprocent): Glycerine: minimaal 70% (CAS 56-81-5, EINECS 200-289-5) en indien aanwezig: – TFM*: maximaal 1,0% – Water: maximaal 30% – Zout: maximaal 0,05% – Methanol: maximaal 0,05% * TFM: Total Fatty Matter (totaal aan vetachtige stoffen) | Productie van vetzuren uit dierlijke of plantaardige vetten en oliën