5.1 — Materiaaldetectieapparatuur Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning en zonder meldingsplicht 2015
Materiaaldetectieapparatuur
In het kader van deze beschikking toegestane materiaaldetectieapparatuur voldoet aan de volgende vereisten:
– Vaste installatie (toepassing A):
– de zender moet automatisch worden uitgeschakeld als de machine niet in werking is (door middel van een ‘werkingssensor’);
– de zender maakt gebruik van TPC met een dynamisch bereik van 10 dB overeenkomstig de geharmoniseerde norm EN 302 498-2 vor ODC-toepassingen (objectherkenning en -karakterisering);
– de zender is bevestigd aan een vaste installatie.
– Niet-vaste installatie (toepassing B):
– zender alleen ingeschakeld indien handmatig bediend met een schakelaar zonder vergrendeling (bijvoorbeeld een aanwezigheidssensor die de hand van de bediener registreert) en indien de apparatuur in aanraking met of in de directe nabijheid van het te onderzoeken materiaal is en indien de emissies in de richting van het object zijn gericht (bijvoorbeeld gemeten door een nabijheidssensor of gedwongen door het mechanisch ontwerp);
– de zender moet automatisch worden uitgeschakeld als de machine niet in werking is (door middel van een ‘werkingssensor’).
Emissies die worden uitgestraald door in het kader van deze beschikking toegestane materiaaldetectieapparatuur dienen tot een minimum te zijn beperkt en mogen in geen geval de in de onderstaande tabel vastgelegde e.i.r.p.-dichtheidsgrenswaarden overschrijden. De naleving van de in de onderstaande tabel vastgelegde grenswaarden voor niet-vaste installaties (toepassing B) moet worden gewaarborgd bij gebruik van de apparatuur op een representatieve structuur die uit het te onderzoeken materiaal bestaat (bijvoorbeeld een representatieve muur als bepaald in ETSI En 302 435-1 of ETSI EN 302 498-1).
Frequentiebereik | Vaste installaties (toepassing A) | Niet-vaste installaties (toepassing B) Maximale gemiddelde spectrale vermogensdichtheid (e.i.r.p.)
Maximale gemiddelde spectrale vermogensdichtheid (e.i.r.p.) | Maximale gemiddelde spectrale vermogensdichtheid (e.i.r.p.) in het horizontale vlak (elevatie van -20º tot 30º)
f < 1,73 GHz | –85 dBm/MHz | –85 dBm/MHz
1,73 < f ≤ 2,2 GHz | –65 dBm/MHz | –70 dBm/MHz | –70 dBm/MHz
2,2 < f ≤ 2,5 GHz | –50 dBm/MHz | –50 dBm/MHz
2,5 < f ≤ 2,69 GHz | –65 dBm/MHz (1) | –70 dBm/MHz | –65 dBm/MHz (1)(2)
2,69 < f ≤ 2,7 GHz | –55 dBm/MHz | –75 dBm/MHz | –70 dBm/MHz (3)
2,7 < f ≤ 2,9 GHz | –50 dBm/MHz | –70 dBm/MHz | –70 dBm/MHz
2,9 < f ≤ 3,4 GHz | –50 dBm/MHz | –70 dBm/MHz | –70 dBm/MHz (1)
3,4 < f ≤ 3,8 GHz | –50 dBm/MHz | –70 dBm/MHz | –50 dBm/MHz (2)(3)
3,8 < f ≤ 4,8 GHz | –50 dBm/MHz | –50 dBm/MHz
4,8 < f ≤ 5 GHz | –55 dBm/MHz | –75 dBm/MHz | –55 dBm/MHz (2)(3)
5 < f ≤ 5,25 GHz | –50 dBm/MHz | –50 dBm/MHz
5,25 < f ≤ 5,35 GHz | –50 dBm/MHz | –60 dBm/MHz | –60 dBm/MHz
5,35 < f ≤ 5,6 GHz | –50 dBm/MHz | –50 dBm/MHz
5,6 < f ≤ 5,65 GHz | –50 dBM/MHz | –65 dBm/MHz | –65 dBm/MHz
5,65 < f ≤ 5,725 GHz | –50 dBm/MHz | –60 dBm/MHz | –60 dBm/MHz
5,725 < f ≤ 8,5 GHz | –50 dBm/MHz | –50 dBm/MHz
8,5 < f ≤ 10,6 GHz | –65 dBm/MHz | –65 dBm/MHz
f > 10,6 GHz | –85 dBm/MHz | –85 dBm/MHz
Het piekvermogen (in dBm) gemeten binnen een bandbreedte van 50 MHz moet onder een grenswaarde liggen die wordt verkregen door een conversiefactor (25 dB) op te tellen bij de waarde ‘Maximale gemiddelde spectrale vermogensdichtheid’ (in dBm/MHz).
(1) Apparatuur die gebruikmaakt van een LBT-mechanisme (Listen Before Talk) zoals bepaald in de
geharmoniseerde norm EN 302 498-2, mag gebruikmaken van de frequentiebereiken 2,5-2,69 GHz en
2,9-3,4 GHz met een maximale gemiddelde spectrale vermogensdichtheid van -50 dBm/MHz.
(2) Om radiodiensten te beschermen, moeten niet-vaste installaties (toepassing B) aan de volgende vereiste
voor de totale uitgestraalde spectrale vermogensdichtheid voldoen:
a) in de frequentiebereiken 2,5-2,69 GHz en 4,8-5 GHz moet de totale uitgestraalde spectrale
vermogensdichtheid 10 dB minder dan de maximale gemiddelde spectrale vermogensdichtheid
bedragen;
b) in het frequentiebereik 3,4-3,8 GHz moet de totale uitgestraalde spectrale vermogensdichtheid 5 dB
minder dan de maximale gemiddelde spectrale vermogensdichtheid bedragen.
(3) Beperking van de duty cycle tot 10% per seconde.
- Regeling
- Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning en zonder meldingsplicht 2015
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-07-2025
- BWB-id
- BWBR0036378
- Versie
- 2025-07-01_0