wetzoeker

2.3 — Opsporings- en vervolgingsbeleid Aanwijzing Opiumwet

Opsporings- en vervolgingsbeleid

Overeenkomstig de Opiumwet wordt onderscheid gemaakt tussen gebruikers, handelaren, faciliteerders en grensoverschrijdende transporteurs. De strafeis wordt in hoofdzaak bepaald door de hoeveelheid verdovende middelen die onderwerp van het delict zijn en de duur van de periode gedurende welke in verdovende middelen is gehandeld.

− Indien er bij overtreding van de Opiumwet tevens sprake is van georganiseerde criminaliteit zal, zo mogelijk, artikel 11b OW of artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) moeten worden toegepast.

− De opsporing en vervolging van het faciliteren of vergemakkelijken van illegale hennepteelt heeft dezelfde prioriteit als de opsporing en vervolging van Opiumwetdelicten met betrekking tot beroeps- of bedrijfsmatige teelt van hennepproducten of de teelt van grote hoeveelheden hennepproducten. Bij de interpretatie van de term ‘ernstige reden om te vermoeden’ neemt de officier van justitie het volgende in overweging:

Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat sprake moet zijn van bewuste culpa in de gradatie grove nalatigheid. De wetgever heeft aangeven dat het hierbij gaat om situaties waarin het niet anders kan zijn dan dat de gedragingen als omschreven in artikel 11a OW zijn begaan terwijl betrokkene zich bewust is geweest van de criminele bestemming van de genoemde voorbereidingsmiddelen

3 Deze zware vorm van culpa (schuld) ligt direct tegen het voorwaardelijk opzet aan volgens de wetgever. Vgl. Kamerstukken II 2012/13, 32 842, nr. 13, p. 7 en Kamerstukken I 2012/13, 32 842, B, p. 8.’. Zie verder: Kamerstukken II 1982/83, 17 975, C, p. 6.

. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling van de wetgever geweest om voor bijvoorbeeld elke verkoper in een tuincentrum een onderzoeksplicht te creëren gevolgd door strafvervolging bij niet-naleving daarvan. Daarentegen zal bijvoorbeeld bij de verkoop in een growshop, waarbij alleen al uit het aanbod, de benaming van voorwerpen en/of uit de handleiding of gebruiksaanwijzing daarvan blijkt dat het bestemd is voor illegale hennepteelt, het nauwelijks nader bewijs behoeven dat sprake is van criminele voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 11a OW en zal vervolging dus snel geïndiceerd zijn.

− Extra aandacht moet in de vervolging worden gegeven aan de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel (artikel 36e Sr).

− Inbeslagneming: Bij het constateren van een strafbaar feit op grond van de Opiumwet dienen in elk geval alle aangetroffen middelen vermeld op lijst I en/of II in beslag te worden genomen, met een uitzondering voor middelen wanneer het een hoeveelheid voor eigen geneeskundig gebruik betreft die op recept is verkregen.

Regeling
Aanwijzing Opiumwet
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-03-2015
BWB-id
BWBR0036356
Versie
2015-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl