wetzoeker

1 — Inleiding Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen Nationale- en Kinderombudsman

Inleiding

De voorliggende selectielijst is een selectielijst als bedoeld in artikel 5 van de Archiefwet 1995 (Stb. 276) en bestaat voor het grootste deel uit een lijst van handelingen of ‘werkprocessen’. Onder een handeling wordt verstaan een complex van activiteiten die een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid.

Deze selectielijst is organisatie specifiek en geldt voor zowel de Nationale ombudsman (No) als de Kinderombudsman (Kom). De Kinderombudsman is een substituut-ombudsman met een eigen takenpakket, zie hoofdstuk 4.5. Door het onderbrengen van de Kinderombudsman bij de Nationale ombudsman kan de Kinderombudsman bij de interne afhandeling van zaken gebruikmaken van de reeds bestaande expertise bij het bureau van de Nationale ombudsman.

De handelingen voor de Kinderombudsman zijn apart opgenomen in hoofdstuk 6. De Kinderombudsman voert zelf geen ondersteunende taken uit.

De lijst sluit aan op het Basisselectiedocument (BSD) Nationale ombudsman dat op 12 november 1999 op voordracht van de minister van OCW bij KB werd vastgesteld.

1 Stcrt. 1999, nr. 238, pag. 12.

Dit BSD blijft gelden voor de archiefbescheiden opgemaakt in de periode (1980) 1982–1997.

Voor de archiefbescheiden gevormd vanaf 1 januari 1998 geldt deze nieuwe selectielijst.

Het archief van (het bureau van) de Nationale ombudsman bestaat uit een omvangrijk onderzoeksarchief en vormt de administratieve neerslag van het primaire proces van het Bureau Nationale ombudsman (BNo).

Met de in deze lijst opgenomen handelingen kan in beginsel het gehele onderzoeksarchief worden geselecteerd, alsook een belangrijk deel van de bestandsdelen die betrekking hebben op de institutionele aangelegenheden.

De administratieve neerslag van de ‘als ondersteunend te beschouwen’ taken (personeel, financiën, huisvesting, kantoorinrichting, automatisering, documentaire informatievoorziening, overige facilitaire voorzieningen en culturele aangelegenheden voor wat betreft het archiefbeheer) kunnen niet aan de hand van deze selectielijst worden bewerkt. Deze handelingen komen aan bod in een aantal ‘horizontale’ selectielijsten die in beginsel van toepassing zijn op alle organen van de rijksoverheid.

Voor de Nationale ombudsman zijn de volgende ‘horizontale’ selectielijsten vastgesteld:

– Selectielijst voor de handelingen van de Nationale Ombudsman op het beleidsterrein Beheer van de Rijksbegroting over de periode 1945–2000, Stcrt. 19 april 2006, nr. 76

– Selectielijst voor de Nationale Ombudsman op het deelbeleidsterrein van personeelszaken, t.w. het personeelsdossier, Stcrt. 20 november 2007, nr. 225

Voor de Nationale ombudsman geldt verder:

– Selectielijst voor de handelingen van de Nationale Ombudsman op het beleidsterrein Cultuurbeheer over de periode 1945–2000, Stcrt. 18 april 2006, nr.75

Ook hier gaat het om ondersteunende processen.

De Nationale ombudsman is onafhankelijk en onpartijdig. Hij doet zijn werk samen met zo’n 170 medewerkers en drie substituut ombudsmannen. De Nationale ombudsman helpt niet alleen burgers die een probleem hebben met de overheid maar legt overheidsorganisaties ook uit hoe ze moeten handelen. Bij problemen of klachten start de Nationale ombudsman een onderzoek. Alle betrokkenen zijn verplicht om aan een onderzoek mee te werken.

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen Nationale- en Kinderombudsman
Soort
KB
Geldend vanaf
07-02-2015
BWB-id
BWBR0036237
Versie
2015-02-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl