wetzoeker

Artikel 9.3a Verordening op de advocatuur

Cassatie in burgerlijke zaken

1 Van een voor 1 februari 2020 afgegeven verklaring als bedoeld in artikel 9j, tweede lid, van de Advocatenwet wordt door de algemene raad binnen twee weken na deze datum kennisgegeven aan de secretaris van de algemene raad. Met deze kennisgeving wordt de advocaat geacht een verzoek aan de secretaris van de algemene raad te hebben gedaan ter verkrijging van de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken.

2 Van een voor 1 februari 2020 plaatsgevonden voorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken vervalt de beperkte geldigheidsduur van drie jaar als bedoeld in artikel 4.11, tweede en vierde lid, zoals dat luidde op 31 januari 2020.

Regeling
Verordening op de advocatuur
Soort
PBO-regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0035981
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl