wetzoeker

Artikel 7.4 Verordening op de advocatuur

Communicatie algemeen

1 De advocaat vermijdt in zijn optreden naar buiten dat een onjuiste, misleidende of onvolledige voorstelling van zaken wordt gegeven omtrent de wijze van praktijkuitoefening en omtrent enige vorm van samenwerking.

2 De advocaat, die optreedt voor een of meer cliënten niet zijnde zijn werkgever, maakt in aanvulling op de artikelen 230b tot en met 230e van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, gemakkelijk fysiek of elektronisch toegankelijk bekend:

a. met welke persoon, welk samenwerkingsverband of welke rechtspersoon de cliënt de overeenkomst van opdracht zal sluiten;

b. of onder een gemeenschappelijke naam wordt opgetreden, zo ja, met wie, en of sprake is van een samenwerkingsverband, zo ja, welke rechtsvorm dit samenwerkingsverband heeft;

c. de wijze waarop in beginsel de vervanging of waarneming is geregeld, tenzij deze binnen het kantoor of door een lid van het samenwerkingsverband wordt uitgeoefend;

d. of de advocaat individueel of gezamenlijk met anderen voor beroepsaansprakelijkheid is verzekerd;

e. de kantoorklachtenregeling, bedoeld in artikel 6.28, eerste lid;

f. dat hij, indien van toepassing, geen derdengelden kan ontvangen omdat hij geen stichting derdengelden ter beschikking heeft;

g. welke rechtsgebieden de advocaat heeft geregistreerd als bedoeld in artikel 6.32, tweede lid.

Regeling
Verordening op de advocatuur
Soort
PBO-regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0035981
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl