wetzoeker

§ 2 — Nauwkeurigheidseisen Regeling garanties van oorsprong

Nauwkeurigheidseisen

2.1. Voor metingen niet betreffende aansluitingen op een transmissie- of distributiesysteem voor gas dient een producent aan de hand van een foutenbeschouwing aan te tonen wat de meetonzekerheid is. Hiervoor mag gebruik worden gemaakt van de leverancierspecificaties.

2.2. De onzekerheid in de bepaling van de energiehoeveelheid die afgeleverd wordt, mag afhankelijk van de klasse-indeling op basis van de flowcapaciteit een bepaald maximum hebben zoals genoemd in tabel 1.

2.3. Voor de bepaling van een energiehoeveelheid ten behoeve van de verdeling over meerdere productie-installaties van een afgeleverde energiehoeveelheid geldt dezelfde eis in de onzekerheid, maar nu op basis van de flowcapaciteit van de betreffende productie-installatie.

Tabel 1

Klasse | Qn (m3n/h) | uE (%, 95%BI)

4 | Qn<40 | 5,3

3 | 40≤Qn< 200 | 3,2

2 | 200≤Qn≤ 1.200 | 1,3

1 | Qn>1200 | 1,0

Qn = flowcapaciteit; uE = maximale onzekerheid in energiehoeveelheid.

2.4. Overschrijding van de maximale onzekerheid tot 2 maal toe is toegestaan. Hierbij moet het surplus in onzekerheid in mindering wordt gebracht op de gemeten energiehoeveelheid.

2.5. Onzekerheid in calorische bovenwaarde als verstrekt door de transmissie- of distributiesysteembeheerder wordt op 0% verondersteld.

2.6. Ten behoeve van de gashoeveelheidsbepaling moet een compressibiliteitsfactor bepaald worden. In geval van een meting niet betreffende invoeding kunnen aanvullende eisen worden gesteld.

2.7. Afschattingen van de compressibiliteit die niet leiden tot een overschatting van de energiehoeveelheid mogen, mits gemotiveerd in het meetprotocol, gemaakt worden.

Regeling
Regeling garanties van oorsprong
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
02-09-2026
BWB-id
BWBR0035971
Versie
2026-09-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl