wetzoeker

4 — Nauwkeurigheidseisen aan meetinrichtingen en meters Regeling garanties van oorsprong

Nauwkeurigheidseisen aan meetinrichtingen en meters

4.1. Elke fossiele brandstof die in de productie-installatie wordt verbruikt, wordt afzonderlijk gemeten.

4.2. Het volume aardgas of een ander gas wordt gemeten en naar normaalcondities herleid met een meetinrichting waarvan de nauwkeurigheid minimaal voldoet aan Bijlage IV van richtlijn 2014/32/EU, klasse 1,5 van de gasmeters.

4.3. De hoeveelheid vloeibare brandstof wordt gemeten door middel van een meetinrichting die voldoet aan artikel 9 van de Regeling gebruik en installatie EU-meetinstrumenten, waarbij de eisen gelden voor nauwkeurigheidsklasse 1.0, bedoeld in bijlage VII van richtlijn 2014/32/EU.

4.4. De hoeveelheid andere brandstof wordt bepaald volgens een algemeen geaccepteerde comptabele meting, met een maximaal toelaatbare afwijking van 1,0%.

Regeling
Regeling garanties van oorsprong
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
02-09-2026
BWB-id
BWBR0035971
Versie
2026-09-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl