6 — Iteratieve berekening die mede gebruik maakt van de indirecte methode Regeling garanties van oorsprong
Iteratieve berekening die mede gebruik maakt van de indirecte methode
6.1. De iteratieve berekening is een ‘bijzondere alternatieve meting’ zoals bedoeld in hoofdstuk 5, die moet voldoen aan alle punten genoemd in hoofdstuk 5.
6.2. De toegevoerde energie uit de brandstof is veelal niet nauwkeurig meetbaar. Indien de producent om deze reden gebruik maakt van een alternatieve meetmethode zoals in hoofdstuk 5 omschreven zal de Minister de opgegeven hoeveelheid brandstof en calorische waarde van de brandstof controleren met behulp van de in 6.3 opgenomen berekening. Deze berekening is uit te voeren overeenkomstig de norm EN 12952-15:2003.
6.3. Ter bepaling van het product van de massa van het in de afvalverbrandingsinstallatie of de AVI-eenheid per kalendermaand verwerkte afval en overige brandstoffen, en de calorische waarde van het verwerkte afval en overige brandstoffen, wordt de volgende formule gehanteerd:
Qtoegevoerd = Qafgevoerd
QB + QL + Qhulp = QN + QRG + QF + QS + QSTR + QCO
QB =[GJ] = QN + QRG + QF + QS + QSTR + QCO- QL – Qhulp
Met:
QB = de met de brandstof toegevoerde energie
QN = de nuttig door de ketel geproduceerde energie
QRG = de met de rookgassen afgevoerde energie verliezen
QF = de met de vlieg- en ketel as afgevoerde energie verliezen
QS = de met de slak afgevoerde energie verliezen
QSTR = de door straling optredende energie verliezen
QCO = het door onvolledige verbranding optredende energie verlies
QL = de middels voelbare warmte in de lucht toegevoerde energie
Qhulp = de aan hulpwerktuigen binnen de systeemgrens toegevoerde
energie
Teneinde de controle door de Minister mogelijk te maken dienen de bovenstaande grootheden op overzichtelijke en inzichtelijke wijze te worden gerapporteerd in de maandelijkse meetrapporten geverifieerd door het toegelaten meetbedrijf. Tevens dient onder andere het volgende inzichtelijk te worden: de hoeveelheden die over de meetbrug zijn binnengekomen en in de bunker zijn opgeslagen, hoe deze hoeveelheden zijn verdeeld over de AVI-eenheden en in welke mate de voorraadverschillen in de bunker de hoeveelheden die naar de AVI-eenheden worden toegevoerd, bepalen.
6.4. Voor bovenstaande berekening zijn de volgende normen van toepassing:
Norm | Omschrijving | Uitgave
EN 12952 Part 15 | Water-tube boilers and auxiliary installations Acceptance tests | 2003
ISO 5167 Part 1 t/m 4 | Measurements of flows by means of pressure differential devices | 2003
VDI 2048 | Messunsicherheiten bei Abnahmemessungen Blatt 1 grundlagen | 2000-10
IAPWS-IF97 | Properties of water and steam | 1997
FDBR-richtlinie | Abnahmeversuche an Abfallverbrennungsanlagen Mit Rostfeurungen | 04/2000
Slakbemonstering volgens:
EN 14899:2005 | Characterization of waste – Sampling of waste materials Framework for the preparation and application of a Sampling Plan
of volgens NEN 7300-1997
Slak analyse volgens:
EWAG | V4002 Onverbrand percentage in slak
EWAG | V4004 percentage verteerbaar in slak
Vliegas Onverbrand bepaling vliegas
- Regeling
- Regeling garanties van oorsprong
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 02-09-2026
- BWB-id
- BWBR0035971
- Versie
- 2026-09-02_0