wetzoeker

Artikel 3.2.2 Wet langdurige zorg

Het recht op zorg en het tot gelding brengen van het recht

1 Een verzekerde met een psychische stoornis wiens recht op verblijf en de daarbij behorende medisch noodzakelijke geneeskundige zorg op grond van zijn zorgverzekering beëindigd is omdat de krachtens zijn zorgverzekering geldende maximumduur voor die zorg is bereikt, heeft aansluitend recht op voortzetting van deze zorg gedurende een onafgebroken periode van maximaal drie jaar.

2 Na afloop van de periode, bedoeld in het eerste lid, kan de zorg telkens voor een onafgebroken periode van maximaal drie jaar verder worden voortgezet.

3 Een onderbreking van ten hoogste negentig dagen wordt niet als onderbreking beschouwd.

4 Een verzekerde heeft slechts recht op zorg als bedoeld in het eerste en tweede lid voor zover hij daar naar aard, inhoud en omvang en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op is aangewezen.

Regeling
Wet langdurige zorg
Afkortingen
Wlz
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0035917
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl