wetzoeker

Artikel 3.1.2 Wet langdurige zorg

De verzekerde zorg

1 De echtgenoot van een persoon met een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, of met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap die recht heeft op zorg en in een instelling verblijft, heeft in afwijking van artikel 3.2.1, eerste lid, recht op verblijf als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel a, in dezelfde instelling. Hij behoudt recht op verblijf in die instelling na het overlijden van zijn echtgenoot dan wel na het vertrek van zijn echtgenoot naar een andere instelling.

2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen en onder welke voorwaarden de echtgenoot van de verzekerde met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap recht heeft op verblijf als bedoeld in het eerste lid.

Regeling
Wet langdurige zorg
Afkortingen
Wlz
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0035917
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl