wetzoeker

Artikel 10.5.1 Wet langdurige zorg

Gedwongen verblijf in een instelling

1 Een persoon die door middel van een rechterlijke machtiging als bedoeld in artikel 24 of 28a van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten is aangewezen op verblijf in een instelling heeft gedurende de geldigheidsduur van die machtiging doch ten hoogste gedurende het verblijf in een instelling recht op zorg als bedoeld in artikel 3.1.1, voor zover deze persoon geen toepassing geeft aan artikel 3.2.3 of het verblijf niet wordt bekostigd op grond van een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, op grond van de Jeugdwet of op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

2 Bij de toepassing van het eerste lid zijn de artikelen 3.1.2, 3.1.3, 3.2.1, 3.2.3, 3.2.4, 3.2.6, 3.3.1 tot en met 3.3.4, 3.3.6, 3.3.6a en 4.2.1, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, niet van toepassing.

3 Het recht op zorg als bedoeld in het eerste lid wordt ambtshalve vastgesteld door het CIZ.

4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de vaststelling van een indicatiebesluit indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid.

Regeling
Wet langdurige zorg
Afkortingen
Wlz
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0035917
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl