wetzoeker

Bijlage — frequentietechnische voorwaarden Besluit verlengbaarheid vergunningen 2.100 MHz 2014

frequentietechnische voorwaarden

De frequentietechnische voorwaarden bedoeld in artikel 4, eerste lid van de vergunning zijn:

1. De zendsignalen van de basisstations gebruiken de frequentieband 2154,7–2159,7 MHz. Voor de zendsignalen van basisstations gelden de volgende maximale gemiddelde e.i.r.p. waarden van het zendsignaal per antenne

12 Voor een basisstation configuratie met maximaal 4 antennes per sector

:

a. indien de frequentieband 2154,7–2159,7 MHz de laagste 5 MHz is van een aaneengesloten blok frequentieruimte dan gelden de volgende waarden:

1° van 2144,7 MHz tot 2149,7 MHz: 11 dBm/5 MHz

2° van 2149,7 MHz tot 2154,7 MHz: 16,3 dBm/5 MHz

3° van 2154,7 MHz tot 2159,7 MHz: 65 dBm/5 MHz

b. indien de frequentieband 2154,7–2159,7 MHz de hoogste 5 MHz is van een aaneengesloten blok frequentieruimte dan gelden de volgende waarden:

1° van 2154,7 MHz tot 2159,7 MHz: 65 dBm/5 MHz

2° van 2159,7 MHz tot 2164,7 MHz: 16,3 dBm/5 MHz

3° van 2164,7 MHz tot 2169,7 MHz: 11 dBm/5 MHz

c. Indien de frequentieband 2154,7–2159,7 MHz niet de laagste of de hoogste 5 MHz is van een aaneengesloten blok frequentieruimte dan geldt een waarde van: 65 dBm/5 MHz.

2. Voor frequentieruimte waarvoor aan de vergunninghouder geen vergunning is verleend en waarop het gestelde onder 1 niet van toepassing is, geldt voor zendsignalen van de basisstations een maximale gemiddelde e.i.r.p. van 9 dBm/5 MHz per antenne.

13 Voor een basisstation configuratie met maximaal 4 antennes per sector

Regeling
Besluit verlengbaarheid vergunningen 2.100 MHz 2014
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-12-2014
BWB-id
BWBR0035914
Versie
2014-12-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl