Bijlage — frequentietechnische voorwaarden Besluit verlengbaarheid vergunningen 2.100 MHz 2014
frequentietechnische voorwaarden
De frequentietechnische voorwaarden bedoeld in artikel 4, eerste lid van de vergunning zijn:
1. De zendsignalen van de basisstations gebruiken de frequentieband [Optie A: 2144,7 MHz–2149,7 MHz en/of 2164,7–2169,7 MHz] [Optie B: 2144,7 MHz–2149,7 MHz en/of 2164,7–2170,0 MHz]. Voor de zendsignalen van basisstations gelden de volgende maximale gemiddelde e.i.r.p. waarden van het zendsignaal per antenne
8 Voor een basisstation configuratie met maximaal 4 antennes per sector
:
a. indien de frequentieband 2144,7 MHz–2149,7 MHz de laagste 5 MHz is van een aaneengesloten blok frequentieruimte dan gelden de volgende waarden:
1° van 2134,7 MHz tot 2139,7 MHz: 11 dBm/5 MHz
2° van 2139,7 MHz tot 2144,7 MHz: 16,3 dBm/5 MHz
3° van 2144,7 MHz tot 2149,7 MHz: 65 dBm/5 MHz
b. indien de frequentieband 2144,7 MHz–2149,7 MHz de hoogste 5 MHz is van een aaneengesloten blok frequentieruimte dan gelden de volgende waarden:
1° van 2144,7 MHz tot 2149,7 MHz: 65 dBm/5 MHz
2° van 2149,7 MHz tot 2154,7 MHz: 16,3 dBm/5 MHz
3° van 2154,7 MHz tot 2159,7 MHz: 11 dBm/5 MHz
c. Indien de frequentieband 2144,7 MHz–2149,7 MHz niet de laagste of de hoogste 5 MHz is van een aaneengesloten blok frequentieruimte dan geldt een waarde van: 65 dBm/5 MHz.
[Optie A:
d. indien de frequentieband 2164,7 MHz–2169,7 MHz de laagste 5 MHz is van een aaneengesloten blok frequentieruimte dan gelden de volgende waarden:
1° van 2154,7 MHz tot 2159,7 MHz: 11 dBm/5 MHz
2° van 2159,7 MHz tot 2164,7 MHz: 16,3 dBm/5 MHz
3° van 2164,7 MHz tot 2169,7 MHz: 65 dBm/5 MHz
e. indien de frequentieband 2164,7 MHz–2169,7 MHz de hoogste 5 MHz is van een aaneengesloten blok frequentieruimte dan gelden de volgende waarden:
1° van 2164,7 MHz tot 2169,7 MHz: 65 dBm/5 MHz
2° van 2169,7 MHz tot 2174,7 MHz: 16,3 dBm/5 MHz
3° van 2174,7 MHz tot 2179,7 MHz: 11 dBm/5 MHz
f. Indien de frequentieband 2164,7 MHz–2169,7 MHz niet de laagste of de hoogste 5 MHz is van een aaneengesloten blok frequentieruimte dan geldt een waarde van: 65 dBm/5 MHz.]
[Optie B:
d. indien de frequentieband 2164,7 MHz–2170,0 MHz de laagste 5,3 MHz is van een aaneengesloten blok frequentieruimte dan gelden de volgende waarden:
1° van 2154,7 MHz tot 2159,7 MHz: 11 dBm/5 MHz
2° van 2159,7 MHz tot 2164,7 MHz: 16,3 dBm/5 MHz
3° van 2164,7 MHz tot 2170,0 MHz: 65 dBm/5 MHz
e. indien de frequentieband 2164,7 MHz–2170,0 MHz de hoogste 5,3 MHz is van een aaneengesloten blok frequentieruimte dan gelden de volgende waarden:
1° van 2164,7 MHz tot 2170,0 MHz: 65 dBm/5 MHz
2° van 2170,0 MHz tot 2175,0 MHz: 16,3 dBm/5 MHz
3° van 2175,0 MHz tot 2180,0 MHz: 11 dBm/5 MHz
f. Indien de frequentieband 2164,7 MHz–2170,0 MHz niet de laagste of de hoogste 5 MHz is van een aaneengesloten blok frequentieruimte dan geldt een waarde van: 65 dBm/5 MHz.]
2. Voor frequentieruimte waarop het gestelde onder 1 niet van toepassing is, geldt voor zendsignalen van de basisstations op frequenties tussen 2110 MHz en 2170 MHz een maximale gemiddelde e.i.r.p. van 9 dBm/5 MHz per antenne.
9 Voor een basisstation configuratie met maximaal 4 antennes per sector
- Regeling
- Besluit verlengbaarheid vergunningen 2.100 MHz 2014
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 17-12-2014
- BWB-id
- BWBR0035914
- Versie
- 2014-12-17_0