wetzoeker

Bijlage — frequentietechnische voorwaarden Besluit verlengbaarheid vergunningen 2.100 MHz 2014

frequentietechnische voorwaarden

De frequentietechnische voorwaarden bedoeld in artikel 4, eerste lid van de vergunning zijn:

1. De zendsignalen van de basisstations gebruiken de frequentieband 2124,9 MHz–2139,7 MHz. Voor de zendsignalen van basisstations gelden de volgende maximale gemiddelde e.i.r.p. waarden van het zendsignaal per antenne

4 Voor een basisstation configuratie met maximaal 4 antennes per sector

:

a. indien de frequentieband 2124,9 MHz–2139,7 MHz de laagste 14,8 MHz is van een aaneengesloten blok frequentieruimte dan gelden de volgende waarden:

1° van 2114,9 MHz tot 2119,9 MHz: 11 dBm/5 MHz

2° van 2119,9 MHz tot 2124,9 MHz: 16,3 dBm/5 MHz

3° van 2124,9 MHz tot 2139,7 MHz: 65 dBm/5 MHz

b. indien de frequentieband 2124,9 MHz–2139,7 MHz de hoogste 14,6 MHz is van een aaneengesloten blok frequentieruimte dan gelden de volgende waarden:

1° van 2124,9 MHz tot 2139,7 MHz: 65 dBm/5 MHz

2° van 2139,7 MHz tot 2144,7 MHz: 16,3 dBm/5 MHz

3° van 2144,7 MHz tot 2149,7 MHz: 11 dBm/5 MHz

c. Indien de frequentieband 2124,9 MHz–2139,7 MHz niet de laagste of de hoogste 14,6 MHz is van een aaneengesloten blok frequentieruimte dan geldt een waarde van: 65 dBm/5 MHz.

2. Voor frequentieruimte waarop het gestelde onder 1 niet van toepassing is, geldt voor zendsignalen van de basisstations op frequenties tussen 2110 MHz en 2170 MHz een maximale gemiddelde e.i.r.p. van 9 dBm/5 MHz per antenne.

5 Voor een basisstation configuratie met maximaal 4 antennes per sector

Regeling
Besluit verlengbaarheid vergunningen 2.100 MHz 2014
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-12-2014
BWB-id
BWBR0035914
Versie
2014-12-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl