wetzoeker

Artikel 3 Besluit verlengbaarheid vergunningen 2.100 MHz 2014

Aan de vergunning worden de volgende voorschriften en beperkingen verbonden:

1. De vergunninghouder biedt een openbare elektronische communicatiedienst aan, waarbij gebruik wordt gemaakt van de frequentieruimte, bedoeld in artikel 2.

2. De vergunninghouder realiseert uiterlijk op 1 januari 2007 ten minste dekking binnen de bebouwde kom van alle gemeenten met meer dan 25.000 inwoners, op alle hoofdverbindingswegen (auto-, spoor- en waterwegen) tussen deze gemeenten, langs de doorgaande autosnelwegen naar Duitsland en België en op of rond de luchthavens Amsterdam Schiphol Airport, Maastricht Aachen Airport en Rotterdam Airport, en bereikt daarbij een minimum serviceniveau buitenshuis van 144 kbit/s. Dit niveau wordt op ieder tijdstip in ten minste 95% van de gevallen gehaald.

3. De vergunninghouder is gerechtigd de in het tweede lid bedoelde dekking mede te realiseren met gebruikmaking van andere aan hem vergunde 800, 900, 1800, 2100 of 2600 MHz-vergunningen.

4. Onverminderd hetgeen bepaald in het derde lid is de vergunninghouder verplicht om met de frequenties, die hij gerechtigd is krachtens deze vergunning te gebruiken, op ten minste 825 vierkante kilometer dekking te bieden en als hij, voor meerdere 2100 MHz-vergunningen gebruik maakt van deze mogelijkheid, ervoor te zorgen dat die laatste gebieden elkaar niet overlappen.

Regeling
Besluit verlengbaarheid vergunningen 2.100 MHz 2014
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-12-2014
BWB-id
BWBR0035914
Versie
2014-12-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl