Annex 4, Gebruikte afkortingen en begrippen / Abbreviations and terms (deel 1) Nationaal Frequentieplan 2014
Verklaring van in de Nationale Frequentietabel gebruikte afkortingen en begrippen, anders dan ITU diensten
25 Uitleg over de begrippen kan ook worden gevonden op www.telecomabc.nl en tevens in het Nationaal Frequentieregister (NFR), zie http://www.agentschaptelecom.nl/onderwerpen/frequentiemanagement/nationaal-frequentieregister
. / Explanation of abbreviations and notions as used in the frequency table, other than ITU radio services.
AIS – Automatic Identification System
Systeem dat automatisch op regelmatige tijden de identiteit van een schip, de positie, het type schip, de koers, de snelheid en dergelijke uitzendt.
AMRD – Autonomous Maritime Radio Device / autonoom maritiem radiobaken
ECA-tabel – The European Table of Frequency Allocations and Applications in the frequency range 8.3 kHz to 3000 GHz (ECA Table)
Besloten (smalbandig) net – Private Mobile Network
Radiocommunicatienet voor communicatie binnen een bedrijf. Een dergelijk net kan in eigen beheer of door een derde partij worden geëxploiteerd. (Smalbandigheid houdt in dat de radiokanalen maximaal 25 kHz zijn).
Bijzonder gebruik maritieme frequenties
Het gebruik van maritieme frequenties ten behoeve van maritieme veiligheid of maritieme werkzaamheden waarbij de gebruikte radioapparatuur niet gebonden is aan een schip. Voorbeelden hiervan zijn roeiers/vastmakers in de havens, onderhoudspersoneel op installaties op zee en wadloopgidsen. Het bezit van een maritiem bedieningscertificaat is verplicht.
BOP – behoefte-onderbouwingsplan – Spectrum Needs Plan
C2000 – Het digitale mobiele telecommunicatiesysteem ten behoeve van de diensten belast met openbare orde, veiligheid en hulpverlening. / Digital communications system for public safety services.
CB – Citizens Band (De bestemming voor algemene radiocommunicatie in de 27 MHz band.)
CEPT – Conférence Européenne des Administrations des Postes et Télécommunications
Het vrijwillige samenwerkingsverband tussen Europese overheden op het gebied van post en telecommunicatie.
CGC Complementary ground component / Aardse steunzender voor een satelliet netwerk.
Koordloze telefoons – Eindapparaten die bestemd zijn voor aansluiting op een vast openbaar telefoonnetwerk / Cordless phones
DAB – Digital Audio Broadcasting
DAV – Draadloze Audioverbindingen (voor met name professioneel gebruik van reportage-, regie-, retour- en intercomverbindingen). / Wireless audio applications.
DECT – Digital Enhanced Cordless Telecommunication
DGPS – Differential Global Positioning System
DME Distance Measuring Equipment / Radiozendapparaat voor afstandsmeting in de luchtvaart.
DMO – Direct Mode Operation / Directe communicatie tussen mobiele terminals zonder gebruik te maken van een netwerk.
DVB-T – Digital Video Broadcasting Terrestrial / Systeem voor digitale tv-omroep.
DVB-T2 – Second generation digital terrestrial television broadcasting system / Tweede generatie van systeem voor digitale TV omroep.
EC – Europese Commissie
ECC – Electronic Communications Committee (onderdeel van CEPT)
Eindapparaten - Radioapparaten die via elektromagnetische golven direct of indirect zijn aangesloten op de netwerkaansluitpunten van een openbaar telecommunicatienetwerk ten behoeve van overbrenging, verwerking of ontvangst van informatie; een aansluiting is indirect wanneer een radioapparaat geplaatst is tussen het eindapparaat en het netwerkaansluitpunt van een openbaar telecommunicatienetwerk.
ELT – Emergency Locator Transmitter / Apparaat aan boord van vliegtuigen dat in geval van nood een alarmering kan uitzenden en het opsporen van het toestel vereenvoudigt.
ENG/OB – Electronic News Gathering/Outside Broadcasting / Omroep-gerelateerde activiteiten voor programmavervaardiging op locatie.
EPIRB – Emergency Position Indicating Radio Beacon / Apparaat aan boord van schepen die als radiobaken blijven drijven op de plek waar een vaartuig in nood verkeert dan wel gezonken bij contact met het zeewater automatisch locatiegegevens uitzendt.
ESIM - Earth Station In-Motion, Satelliet grondstation op een rijdend voertuig werkend onder de frequentieallocatie FSS-ES.
ESOMP - Earth Stations On Mobile Platform
Satellietgrondstation en bijbehorende systeem op een mobiele platform voor het zenden naar satellieten in geostationaire dan wel non-geostationaire banen. Voorbeelden van mobiele platforms zijn treinen, schepen, vliegtuigen, voertuigen enz. ESOMPs werken met kleine richtantennes waarmee breedband communicatieverbindingen met satellieten worden gerealiseerd.
ESV – Earth Stations on board Vessels / Satellietstations aan boord van schepen.
FM-radio – Frequency Modulation radio / (Omroep)uitzendingen waarbij de informatie (bijvoorbeeld het omroepsignaal) verzonden wordt door de frequentie van de draaggolf te variëren.
Frequentieband – Het begrip ‘frequentieband’ wordt in het spectrumbeleid veel gebezigd. Het woord ‘band’ is niet een vaststaand begrip, het woord wordt op verschillende manieren gebruikt. Men kan ermee de ruimte tussen twee opeenvolgende ITU-bandgrenzen bedoelen, bijvoorbeeld van 4,4 GHz tot 4,5 GHz. Maar men kan ‘ frequentieband’ ook meer globaal bedoelen, bijvoorbeeld de UHF-band of de 800 MHz band. In het laatste geval geval bedoelt men de ruimere zone in het spectrum, van 790 MHz tot 862 MHz. In het laatste geval bedoelt men dus een aaneengesloten spectrumzone.
FWA – Fixed Wireless Access / Duplex-radioverbindingen op basis van multipunt-technologie tussen een vast opgesteld centraal punt en meerdere vast opgestelde aansluitpunten.
Galileo- Europees plaatsbepalingssysteem.
GMDSS – Global Maritime Distress and Safety System / Wereldwijd systeem voor veiligheid op en boven zee.
GNSS repeater – A GNSS repeater is used to boost indoor reception by using a reception antenna, a signal amplifier and an internal rebroadcast antenna.By installing a GNSS repeater, we can receive live GNSS signals in indoor environments.
GPS – Global Positioning System
GSM Global System for Mobile communications
GSM-R – Global System for Mobile Railway communications
HDFS- High Density Fixed Service / technologie voor breedbandige straalverbindingen
HDTV – High Definition Television
HEST – high-EIRP satellite terminals
HOLxxx – Nationale voetnoot (zie Annex 3.) / Dutch footnote, See Annex 3.
Hoog frequent-installatie in een tunnel – Installatie in een wegtunnel om onder normale omstandigheden omroepprogramma’s in de tunnel uit te zenden. Bij ongevallen worden instructies aan de inzittenden van de voertuigen uitgezonden.
ICAO – International Civil Aviation Organization
ILS – Instrument Landing System / Geheel van radiovoorzieningen dat de landing van vliegtuigen tijdens slecht zicht mogelijk maakt.
IMT - International Mobile Telecommunications
International Mobile Telecommunications (IMT) systems are mobile systems that provide access to a wide range of telecommunication services including advanced mobile services, supported by mobile and fixed networks.
Installatiegebonden net: Radiocommunicatienetwerk op zee voor communicatie binnen een bedrijf of organisatie, of binnen meerdere bedrijven of organisaties die met elkaar samenwerken voor de exploitatie van één gezamenlijk radiocommunicatienetwerk, op een installatie ter zee of een installatie opgericht op de bodem van de territoriale zee, die het bedrijf, de organisatie, of de samenwerkende bedrijven of organisaties in eigendom hebben, of waarop zij anderszins het recht hebben deze te gebruiken voor functionele doeleinden en waarbij de verzorging bedoeld is voor in of op de installatie.
Installaties ter zee Installaties ter zee als bedoeld in artikel 1 van de Wet installaties Noordzee.
ISM – Industrial, Scientific and Medical
ISM-apparatuur, waarbij hoogfrequent elektromagnetische energie wordt gebruikt voor andere doeleinden dan informatieoverdracht. Voorbeelden zijn diathermie, verhitting in magnetronovens en vonkverspaning.
ITS – Intelligent Transport Systems
- Regeling
- Nationaal Frequentieplan 2014
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 23-05-2026
- BWB-id
- BWBR0035791
- Versie
- 2026-05-23_0