wetzoeker

2 — Ordening van het radiospectrum Nationaal Frequentieplan 2014

Ordening van het radiospectrum

De totale spectrumruimte die gebruikt wordt voor radiocommunicatie loopt vanaf 0 Hz tot 3000 GHz. Het radiospectrum wordt om een aantal redenen geordend. Allereerst kunnen radiogolven afkomstig van verschillende bronnen elkaar (bij de ontvanger) beïnvloeden. Dit maakt het nodig om afspraken te maken over het gebruik van frequenties om gebruikers te vrijwaren van storing van anderen. Omdat radiogolven zich tot over de landsgrenzen kunnen voortplanten, is internationale afstemming hierbij noodzakelijk.

Ten tweede is het radiospectrum beperkt en relatief schaars. In veel gevallen kan een bepaalde frequentie in een bepaald gebied maar door één enkele gebruiker worden gebruikt. Maar ook als frequentieruimte gebruikt kan worden door meer dan één gebruiker, is het gezamenlijk gebruik beperkt. Daardoor kan schaarste aan frequentieruimte ontstaan. Het ontstaan van schaarste wordt nog versterkt door het feit dat sommige frequentiebanden beter geschikt zijn voor een bepaalde toepassing dan andere. De toenemende vraag naar frequenties, tenslotte, vergroot de schaarste aan frequenties in bepaalde frequentiebanden nog verder.

Een derde reden om te ordenen is harmonisatie. Voor bepaalde toepassingen, zoals radiocommunicatie voor scheep- en luchtvaart, satellietcommunicatie en radionavigatie, is internationale harmonisatie vanwege de aard van de toepassing onvermijdelijk. Daarnaast is het voor zowel gebruikers als fabrikanten en dienstaanbieders van groot belang dat diensten en de daarbij gebruikte apparatuur zijn geharmoniseerd. Deze diensten kunnen dan over een groot geografisch gebied worden aangeboden, waarbij deze op dezelfde frequentie werken en gebruik maken van dezelfde apparatuur, voorbeelden hiervan zijn de FM-radio en mobiele communicatie.

Ordening wordt bereikt door het aantal toepassingen per frequentieband te beperken, het aantal gebruikers per frequentieband te beperken en door nadere eisen te stellen aan het gebruik van frequenties. Ordening draagt bij aan doelmatig gebruik van (de schaarse) frequentieruimte.

In de memorie van toelichting op de Tw-wijziging

9 TK 31412 Wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met de Nota frequentiebeleid 2005, Nr.3 van de memorie van toelichting.

(2008) kan de geïnteresseerde meer achtergrond lezen omtrent frequentiebeleid en -ordening.

Centraal in spectrumordening staat het begrip ‘radiodienst’. ‘Radiodienst’ is een aanmerkelijk ander begrip dan de term ‘dienst’ zoals gebruikt in de markt- en mededingingscontext, c.q. diensten voor de eindgebruiker. Radiodiensten zoals als begrip gebruikt in de ITU Radio Regulations behoren tot de fysieke laag van het Open System Interconnection (OSI) model (ISO/IEC 7498-1). De dienst in de zin van ‘eindgebruikersdienst’ behoort tot de applicatielaag van het OSI model. Ter illustratie: het marktbegrip ‘elektronische communicatiedienst’ kan een collectie bevatten van heel verschillende radiodiensten zoals ‘mobiele communicatie’, ‘vaste verbindingen’, ‘omroep’ etc.

Het is belangrijk te expliciteren in welke begrippenwereld men redeneert; het mag duidelijk zijn dat het NFP geheel op ‘radiodiensten’ is gericht.

Regeling
Nationaal Frequentieplan 2014
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
23-05-2026
BWB-id
BWBR0035791
Versie
2026-05-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl