wetzoeker

Artikel 4.2.5 Besluit Jeugdwet

Uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering door de gecertificeerde instellingen

1 Onverminderd de aan de raad voor de kinderbescherming toekomende taken en bevoegdheden, voldoet de gecertificeerde instelling aan verzoeken van de rechter, het openbaar ministerie of de directeur van de justitiële jeugdinrichting om advies omtrent een jeugdige die wordt verdacht van een strafbaar feit of die op grond daarvan is veroordeeld.

2 De gecertificeerde instelling brengt geregeld, doch ten minste eenmaal per zes maanden, verslag uit aan het openbaar ministerie dat is belast met het toezicht op de naleving van de voorwaarden in het kader van de uitvoering van jeugdreclassering, over de wijze waarop de jeugdige zich houdt aan de voorwaarden die de rechter of het openbaar ministerie heeft opgelegd.

3 Indien de jeugdige een opgelegde voorwaarde in het kader van de uitvoering van jeugdreclassering niet of niet geheel nakomt, meldt de gecertificeerde instelling dit onverwijld aan het openbaar ministerie of aan de directeur van de justitiële jeugdinrichting in het kader van een scholings- en trainingprogramma.

4 De gecertificeerde instelling zendt de raad voor de kinderbescherming een afschrift van het verslag, bedoeld in het tweede lid, en van de melding, bedoeld in het derde lid, voortvloeiend uit de toezichthoudende taak van de raad voor de kinderbescherming, bedoeld in artikel 77hh van het Wetboek van Strafrecht.

Regeling
Besluit Jeugdwet
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0035779
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl