wetzoeker

Artikel 4.2.2 Besluit Jeugdwet

Uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering door de gecertificeerde instellingen

1 Binnen vijf werkdagen nadat de gecertificeerde instelling is belast met de uitvoering van de ondertoezichtstelling en zij hiervan in kennis is gesteld, wijst de gecertificeerde instelling een gezinsvoogdijwerker aan en vindt het eerste contact plaats tussen de gezinsvoogdijwerker en de minderjarige en de met het gezag belaste ouder of voogd.

2 De gezinsvoogdijwerker doet mededeling aan de minderjarige en de met het gezag belaste ouder of voogd over:

a. de medewerker die de gezinsvoogdijwerker bij zijn afwezigheid vervangt, en

b. de wijze waarop een verzoek als bedoeld in artikel 264, eerste lid, artikel 265, eerste lid, en artikel 265d, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek moet worden gedaan.

3 De gecertificeerde instelling kan, al dan niet op verzoek van de minderjarige, de met het gezag belaste ouder of voogd, een andere medewerker als gezinsvoogdijwerker aanwijzen.

Regeling
Besluit Jeugdwet
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0035779
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl