wetzoeker

Artikel 4 Uitvoeringswet Verordening erfrecht

Erkenning, uitvoerbaarheid en tenuitvoerlegging van beslissingen

1 De rechtbank waarvan de voorzieningenrechter op het verzoek om erkenning of tenuitvoerlegging heeft beslist, neemt kennis van het rechtsmiddel, bedoeld in artikel 50 van de verordening. Artikel 93 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is niet van toepassing.

2 Het rechtsmiddel, bedoeld in artikel 50 van de verordening, wordt, indien het wordt ingesteld door de verzoeker, ingesteld binnen 30 dagen na de dagtekening van de beschikking waarbij het verlof is geweigerd.

3 Het rechtsmiddel bedoeld in artikel 51 van de verordening is: beroep in cassatie.

4 Het rechtsmiddel bedoeld in artikel 50 van de verordening en het rechtsmiddel bedoeld in artikel 51 van de verordening, worden ingesteld en behandeld met toepassing van de regels voor de verzoekschriftprocedure in eerste aanleg onderscheidenlijk in cassatie.

5 Voor de toepassing van de Wet griffierechten in burgerlijke zaken wordt het bij een rechtsmiddel ingestelde verzoek geacht een verzoek van onbepaalde waarde te zijn.

Regeling
Uitvoeringswet Verordening erfrecht
Soort
Wet
Geldend vanaf
17-08-2015
BWB-id
BWBR0035741
Versie
2015-08-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl