wetzoeker

2.3.11 — Taak 11: Het bewaken van de continuïteit van zorgverlening Model Uitvoeringsverslag en financiële verantwoording 2014

Taak 11: Het bewaken van de continuïteit van zorgverlening

Zorgkantoren moeten op grond van artikel 3 sub f van de Aanwijzing zorgkantoren 2014 de financiële positie van de zorgaanbieders volgen op basis van de bestaande informatie van de zorgaanbieders. Zij moeten, indien nodig, actie ondernemen met het oog op gewenste continuïteit van zorgverlening aan cliënten. Artikel 11 van de Regeling controle en administratie AWBZ-verzekeraars VA/NR-100.048 geeft invulling aan het bewaken van de continuïteit van de zorgaanbieders en de zorg.

Het zorgkantoor volgt de ontwikkelingen bij de gecontracteerde zorgaanbieder via gegevens over productie, de in het jaar gedane investeringen en de kosten van management en beheer. Het zorgkantoor moet tijdig risicovolle situaties signaleren voor de continuïteit van zorgaanbieders en/of voor de kwaliteit van de zorgverlening, bijvoorbeeld aan de hand van de leidraad in de CVZ-circulaire 2003/28. Voor de bewaking van de kwaliteit van de zorgverlening houdt het zorgkantoor zicht op de mate waarin de gecontracteerde zorgaanbieder zorg heeft uitbesteed aan andere zorgaanbieders of zelfstandigen zonder personeel en hanteert een sanctiebeleid bij niet nakoming van de afspraken. Over risicovolle situaties moet het zorgkantoor door de zorgaanbieder tijdig en adequaat worden geïnformeerd.

Het zorgkantoor kan het periodiek overleg gebruiken om ontwikkelingen bij zorgaanbieders te signaleren die de zorgcontinuïteit in gevaar kunnen brengen. De concessiehouder kan het periodiek overleg onder meer beleggen als de uitkomsten van het early warning system (EWS) hiertoe noodzaken.

De concessiehouder moet over een standaard draaiboek (stappenplan) beschikken waarin is opgenomen welke mogelijkheden worden onderzocht om continuïteit van zorg te borgen. In het draaiboek is ook een actieplan opgenomen om de zorgplicht jegens cliënten te garanderen, als een zorgaanbieder in acute problemen komt.

Zo nodig onderneemt het zorgkantoor vervolgacties. Bij constructies die de continuïteit of kwaliteit van zorg in gevaar kunnen brengen, voert het zorgkantoor nader onderzoek uit en treft waar nodig maatregelen.

De beleidsregel Steunverlening (AL/BR 0002) is per 1 januari 2013 vervallen. Het steunbeleid van de NZa, dat zich tot 1 januari 2013 richtte op steunverlening aan specifieke zorgaanbieders, is vervangen door een beleid ter borging van de continuïteit van cruciale (AWBZ-)zorg. Het nieuwe steunbeleid is gebaseerd op het Besluit beschikbaarheidsbijdrage Wmg. De overheid kan een zorgaanbieder aanwijzen als Vangnetstichting, die de cruciale zorg beschikbaar houdt. De NZa adviseert de overheid over de hoogte van de beschikbaarheidsbijdrage voor de Vangnetstichting, ter dekking van de incidentele kosten voor het tijdelijk overnemen van zorgactiviteiten van een failliete zorgaanbieder (zie beleidsregel: Beschikbaarheidsbijdrage continuïteit van zorg AL/BR-0013).

De overheid kan een Vangnetstichting aanwijzen als de NZa vaststelt dat de verzekeraar zich kan beroepen op overmacht in de naleving van de zorgplicht voor cruciale zorg en dit aan haar heeft gemeld. Alvorens de verzekeraar zich op overmacht kan beroepen, moet hij contact hebben gezocht met (geschikte) alternatieve zorgaanbieders in de relevante regio en aantonen, dat hij niet meer kan voorzien in de cruciale zorg (zie beleidsregel Overmacht continuïteit van zorg TH/BR-011).

De concessiehouder moet hierbij voldoende zicht houden op de belangrijkste ontwikkelingen. Zo kan de extramuralisering de continuïteit van AWBZ-zorg raken. Dit maakt een proactieve houding van zorgkantoren naar gemeenten en zorgaanbieders noodzakelijk.

Regeling
Model Uitvoeringsverslag en financiële verantwoording 2014
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
07-11-2014
BWB-id
BWBR0035734
Versie
2014-11-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl