wetzoeker

Instellingsbesluit Expertise Netwerk Waterveiligheid

Besluit van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 20 oktober 2014, nr. IENM/BSK-2014/206986, tot instelling van het Expertise Netwerk Waterveiligheid (Instellingsbesluit Expertise Netwerk Waterveiligheid)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2024
Rechtsgebied
Ruimtelijke ordening en milieu, Waterrecht
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0035660
Versie
2024-01-01_0
SHA-256 bron
b92c7b5a5e977b28e46c45d7e3087375937313e8ed0c3137a34735a4f50dbb17

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (14)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13
  14. Artikel 14

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;

ENW: Expertise Netwerk Waterveiligheid.

Artikel 2

1 Er is een Expertisenetwerk Waterveiligheid.

2 Het ENW heeft tot taak:

a. de minister, waterschappen, provincies, gemeentes en andere betrokken instanties met een taak of verantwoordelijkheid voor waterveiligheid te adviseren vanuit een primair technisch-inhoudelijke invalshoek over vraagstukken met betrekking tot waterveiligheid;

b. de minister te adviseren over de technisch-inhoudelijke kwaliteit van technische leidraden als bedoeld in artikel 2.19, tweede lid, onder d, van de Omgevingswet;

c. de kennis die nodig is voor de wettelijke taakuitoefening van waterkeringbeheerders en andere overheden en instanties met een taak of verantwoordelijkheid voor waterveiligheid samen te brengen, te delen en uit te wisselen.

3 Het ENW kan adviezen aan de minister als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, ook ongevraagd uitbrengen.

Artikel 3

1 Het ENW bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste twaalf leden, onder wie de voorzitter.

2 De leden worden door de minister benoemd, waarvan een in de functie van voorzitter.

3 De leden kunnen worden herbenoemd door de minister.

4 De benoeming en herbenoeming geschieden voor de duur van vier jaar.

5 Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister een ander lid benoemen voor de duur van vier jaar.

6 De leden kunnen worden geschorst en uit hun lidmaatschap worden ontslagen door de minister.

7 De leden beschikken over theoretisch-wetenschappelijke expertise, danwel expertise vanuit de overheidspraktijk van waterveiligheid.

8 Leden zijn werkzaam bij een kennisinstelling of een overheidspartij met een verantwoordelijkheid voor waterveiligheid.

9 De leden brengen op persoonlijke titel hun kennis en ervaring in en treden niet op als belangenbehartiger van een specifieke belangengroep.

Artikel 4

Het ENW kan voor de uitoefening van zijn taak werkgroepen samenstellen die belast worden met concrete door het EWN aan te duiden werkzaamheden. De voorzitters van deze werkgroepen zijn lid van het ENW.

Artikel 5

1 Het ENW wordt ondersteund door een secretariaat.

2 Het secretariaat is voor de uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van het ENW.

3 In het secretariaat wordt voorzien door de minister.

Artikel 6

Het ENW legt na overleg met de minister zijn werkwijze vast in een Reglement Werkwijze en Organisatie Expertise Netwerk Waterveiligheid.

Artikel 7

1 De voorzitter van het ENW ontvangt een vaste vergoeding per jaar, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en de arbeidsduurfactor op 0,072.

2 Een werkgroepvoorzitter ontvangt een vaste vergoeding per jaar, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 16 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en de arbeidsduurfactor op 0,05.

Artikel 8

1 De kosten die het ENW ten behoeve van de uitoefening van haar taken maakt komen voor zover goedgekeurd op grond van artikel 9, tweede lid, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

a. de kosten voor vergaderingen en voor secretariële ondersteuning;

b. de kosten voor het inschakelen van deskundigheid en

c. de kosten voor communicatiemiddelen.

2 Reiskosten en andere kosten worden naar redelijkheid vergoed door de minister, met toepassing van de regelingen die gelden voor personeel werkzaam bij de sector Rijk.

Artikel 9

1 Het ENW biedt jaarlijks vóór 1 april een jaarverslag over het laatst verstreken kalenderjaar aan de minister aan.

2 Het ENW stelt jaarlijks vóór 1 oktober een jaarplan inclusief begroting voor het daarop volgende kalenderjaar op en legt dat ter goedkeuring voor aan de minister.

Artikel 10

De adviezen van het ENW, bedoeld in artikel 2, tweede lid onder a en b, en artikel 2, derde lid, worden openbaar gemaakt door plaatsing op de website van het ENW.

Artikel 11

Het ENW draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden, of zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan de beheerder van het archief van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Artikel 12

Het Instellingsbesluit Expertise Netwerk Waterkeren wordt ingetrokken.

Artikel 13

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 14

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Expertise Netwerk Waterveiligheid.