wetzoeker

Mandaatbesluit Bureau Sanering Verkeerslawaai 2014

Besluit van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 8 oktober 2014, IENM/BSK-2014/161234, houdende verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan het hoofd van Bureau Sanering Verkeerslawaai en zijn plaatsvervanger voor de uitvoering van de Subsidieregeling sanering verkeerslawaai, de Stimuleringsregeling stille wegdekken en diverse taken in het kader van hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer (Mandaatbesluit Bureau Sanering Verkeerslawaai 2014)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2024
Rechtsgebied
Vervoersrecht
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0035624
Versie
2024-01-01_0
SHA-256 bron
3dcaa301e4f25396cccc8d11414d5e544db4fcc8dc08c33cb953c8a8585f8dad

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (8)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8

Artikel 1

Aan het hoofd van Bureau Sanering Verkeerslawaai en zijn plaatsvervanger worden mandaat en volmacht verleend tot het nemen van besluiten en het sluiten van overeenkomsten in het kader van de uitvoering van de Subsidieregeling sanering verkeerslawaai en de Regeling sanering verkeerslawaai 2024.

Artikel 2

Aan het hoofd van Bureau Sanering Verkeerslawaai en zijn plaatsvervanger worden mandaat en volmacht verleend tot:

a. het wijzigen van geluidproductieplafonds op grond van artikel 11.28 of artikel 11.63 van de Wet milieubeheer, in het geval deze wijzigingen niet samenhangen met een tracébesluit, voor zover dat is toegestaan op grond van artikel 3.1, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 3.3, tweede lid, van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet;

b. het doen van de mededeling als bedoeld in artikel 11.36 van de Wet milieubeheer, voor zover dat is toegestaan op grond van artikel 3.1, tweede lid, van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet;

c. het vaststellen van een andere termijn, bedoeld in artikel 11.38 en artikel 11.64 van de Wet milieubeheer, voor zover dat is toegestaan op grond van artikel 3.1, tweede lid respectievelijk artikel 3.3, tweede lid, van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet;

d. het zenden van afschriften van besluiten en het doen van mededelingen in het kader van de artikelen 11.53 en 11.65 van de Wet milieubeheer aan de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, voor zover dat is toegestaan op grond van artikel 3.1, eerste lid, van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet, respectievelijk artikel 3.3, tweede lid, van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet;

e. het vaststellen van een saneringsplan op verzoek van een beheerder van een weg of spoorweg op grond van artikel 11.60 van de Wet milieubeheer, voor zover dat is toegestaan op grond van artikel 3.3, tweede lid, van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet;

f. het wijzigen van een saneringsplan of de termijn waarbinnen de saneringsmaatregelen uit het saneringsplan getroffen moeten zijn op grond van artikel 11.61 van de Wet milieubeheer, voor zover dat is toegestaan op grond van artikel 3.3, tweede lid, van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet;

g. het vaststellen van geluidproductieplafonds als omgevingswaarden, als bedoeld in artikel 2.15, tweede lid, van de Omgevingswet; en

h. het wijzigen van geluidproductieplafonds voor hoofdspoorwegen met het toegestane geluid door spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen die onderdeel zijn van een hoofdspoorweg, als bedoeld in artikel 12.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 3

Aan het hoofd van Bureau Sanering Verkeerslawaai en zijn plaatsvervanger wordt machtiging verleend tot het verrichten van alle handelingen ter voorbereiding en ter uitvoering van het in artikel 1 en artikel 2 bepaalde.

Artikel 4

Het hoofd van Bureau Sanering Verkeerslawaai kan met betrekking tot zijn bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 1, 2 en 3 ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan een of meer onder hem ressorterende functionarissen.

Artikel 5

1 Een document opgemaakt ter uitvoering van artikel 1, 2 of 3 vermeldt, indien de taak tot de verantwoordelijkheid van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat behoort, aan het slot:

‘DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

namens deze,’

gevolgd door de functieaanduiding, naam en handtekening van de gemandateerde gevolmachtigde of gemachtigde functionaris

2 Een document opgemaakt ter uitvoering van artikel 1, 2 of 3 vermeldt, indien de taak tot de verantwoordelijkheid van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat behoort, aan het slot:

‘DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

namens deze’,

gevolgd door de functieaanduiding, naam en handtekening van de gemandateerde, gevolmachtigde of gemachtigde functionaris.

Artikel 6

Het Mandaatbesluit Bureau Sanering Verkeerslawaai wordt ingetrokken.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt ten aanzien van artikel 2 en artikel 3 terug tot en met 1 januari 2014.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit Bureau Sanering Verkeerslawaai 2014.