wetzoeker

4 — Handhavend optreden Beleidsregels waarderingskader uitvoering Wet kinderopvang

Handhavend optreden

De wettekst komt op het volgende neer:

• Het college van burgemeester en wethouders ziet toe op de naleving van de gestelde regels door de procedure van overleg en overreding, het geven van waarschuwingen of aanwijzingen, het opleggen van boetes, last onder dwangsom, bevel, exploitatieverbod en verwijdering uit het register.

• Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin zich een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang of een gastouderbureau bevindt dat zich niet aan de geschreven voorschriften houdt of in onvoldoende mate naleeft, kan de houder een schriftelijke aanwijzing geven.

• In een aanwijzing geeft het college van burgemeester en wethouders onderbouwd aan op welke punten niet en/of onvoldoende wordt voldaan aan de voorschriften en de te nemen maatregelen.

• De toezichthouder kan een schriftelijk bevel geven aan een kindercentrum, gastouderbureau of voorziening van een gastouder indien hij oordeelt dat de kwaliteit van de kinderopvang zodanig tekortschiet dat het nemen van maatregelen geen uitstel mag hebben.

• De houder neemt de maatregelen binnen de termijn die is aangegeven bij de aanwijzing respectievelijk het bevel.

• Het college van burgemeester en wethouders kan de houder verbieden de exploitatie van een kindercentrum, voorziening voor gastouderopvang of een gastouderbureau voort te zetten zolang hij geen gehoor geeft aan een schriftelijk bevel en/of aanwijzing.

• Het college kan een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 45.000 (art. 1.72 Wko).

• Het college voert voortvarend de handhavingstaak uit conform haar eigen handhavingsbeleid voor kinderopvang en peuterspeelzalen

7 Als het beleid niet conform wet- en regelgeving is opgesteld, komt dit naar voren bij de beoordeling van de handhavingstaak en wordt de gemeente hierop aangesproken.

.

• Het college geeft de GGD opdracht na afloop van de hersteltermijn een nader onderzoek in te stellen. Het college moet immers door middel van een nader onderzoek controleren of de tekortkomingen zijn opgelost; in artikel 162, lid 5 Wko staat beschreven dat de toezichthouder het nader onderzoek uitvoert.

• Het bovenstaande is ook van toepassing op de peuterspeelzalen, met uitzondering van de bevoegdheid een bestuurlijke boete op te leggen.

Wettelijk kader

8 Disclaimer: bovenstaande artikelen zijn van kracht op 1 juli 2014. Geadviseerd wordt om voor de actuele wettekst www.wetten.nl te raadplegen.

De wettelijke basis voor de handhaving voor de kindercentra en gastouderbureaus is te vinden in hoofdstuk 1, afdeling 4 en hoofdstuk 2 van de Wko, artikelen 1.65 t/m 1.80

9 Met uitzondering van artikel 1.67a en 1.68

, en voor de peuterspeelzalen in hoofdstuk 2, afdeling 3, paragraaf 2 en 4 van de Wko, artikelen 2.23, 2.24, 2.27 en 2.28. En in hoofdstuk 5 van de Awb, artikelen 5.21, 5.28 en 5.32.

Het ‘nader onderzoek’ dat de GGD voor gemeenten uitvoert bij geconstateerde tekortkomingen, is sinds 1 juli 2013 expliciet in de wet opgenomen.

Voorts zijn de Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang en peuterspeelzalen van toepassing.

Op orde

Doel van handhaving is dat de gemeente zo snel mogelijk (conform het handhavingsbeleid) de situatie ongedaan maakt dat een houder niet voldoet aan de kwaliteitseisen van de kinderopvang. De inspectie beoordeelt de handhaving als ‘op orde’ als de gemeente voldoende heeft aangetoond dat ze voortvarend handhaaft en conform het eigen handhavingsbeleid handelt. Ook geldt een verklaring van een gemeente dat het op orde is als voldoende verantwoording, in het geval de inspectie naar dit criterium geen gericht onderzoek heeft uitgevoerd.

Onder voortvarend handhaven verstaat de inspectie dat een overtreding op de kwaliteitseisen zo spoedig mogelijk (conform het handhavingsbeleid) en in redelijkheid ongedaan wordt gemaakt. De inspectie bekijkt onder andere of de gemeente het GGD-advies tot handhaven niet weken of zelfs maanden laat liggen alvorens actie te ondernemen richting de houder. Ook speelt mee of een gemeente helder communiceert richting houder over de tekortkomingen en hersteltermijnen, zodat zij kan doorpakken wanneer de houder geen gehoor geeft aan de oproep om de tekortkoming in de kwaliteit ongedaan te maken. Daarnaast beziet de inspectie of de gemeente alle beschikbare instrumenten inzet om de tekortkoming ongedaan te maken, of ze daadwerkelijk vaststelt (middels nader onderzoek) of een tekortkoming in de kwaliteit ongedaan is gemaakt en of ze verdere stappen onderneemt wanneer dat niet het geval is.

In haar oordeel neemt de inspectie ook mee hoe een gemeente rechtsgelijkheid, transparantie en uniformiteit in de uitvoering van haar toezicht en handhavingstaken borgt. Dit kan ze bijvoorbeeld vaststellen in handhavingsbeleid. Een gemeente is hiertoe niet wettelijk verplicht. Zij kan rechtsgelijkheid, transparantie en uniformiteit ook op andere manieren borgen. Daarnaast mag een gemeente afwijken van haar beleid. Wanneer dit incidenteel en beargumenteerd gebeurt, wordt de rechtsgelijkheid niet aangetast.

Indien een gemeente handhavingsbeleid heeft opgesteld voor kinderopvang en peuterspeelzalen beoordeelt de inspectie hoe de gemeente dit gebruikt in de handhavingstrajecten.

Regeling
Beleidsregels waarderingskader uitvoering Wet kinderopvang
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-10-2014
BWB-id
BWBR0035594
Versie
2014-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl