wetzoeker

3 — Uitvoeren van de jaarlijks verplichte onderzoeken Beleidsregels waarderingskader uitvoering Wet kinderopvang

Uitvoeren van de jaarlijks verplichte onderzoeken

De wettekst komt op het volgende neer:

• De toezichthouder onderzoekt in redelijkheid jaarlijks of de exploitatie van ieder geregistreerd kindercentrum en geregistreerd gastouderbureau in overeenstemming is met de gestelde regels.

• De toezichthouder onderzoekt in redelijkheid op grond van steekproeven jaarlijks of de exploitatie van geregistreerde voorzieningen voor gastouderopvang in overeenstemming is met de gestelde regels.

• De toezichthouder onderzoekt jaarlijks of de exploitatie van elke peuterspeelzaal plaatsvindt in overeenstemming met de gestelde regels, behoudens bijzondere omstandigheden.

• Het college ziet toe op de naleving van de bij of krachtens afdeling 3 van dit hoofdstuk gestelde regels, [...] en de bij artikel 1.50b vastgestelde algemene maatregel van bestuur vastgelegde basisvoorwaarden voor kwaliteit van voorschoolse educatie. Het college wijst de directeur van de GGD aan als toezichthouder.

Wettelijk kader

6 Disclaimer: bovenstaande artikelen zijn van kracht op 1 juli 2014. Geadviseerd wordt om voor de actuele wettekst www.wetten.nl te raadplegen.

De wettelijke basis voor het toezicht op de naleving door het college is te vinden in hoofdstuk 1, afdeling 4, paragraaf 1 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko) en voor de peuterspeelzalen in hoofdstuk 2, afdeling 3, paragraaf 1. De betreffende artikelen voor kindercentra en gastouderbureaus: 1.61 t/m 1.64 Wko; voor de peuterspeelzalen 2.19 t/m 2.22 en voor de voorschoolse educatie; art. 150b en 2.8. Voorts zijn van toepassing de Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang en peuterspeelzalen en Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Tevens zijn van toepassing de bestuurlijke afspraken tussen de minister van SZW en de VNG over de storting van gelden in het gemeentefonds ten behoeve van de uitoefening van de toezicht- en handhavingstaken. Hierin is onder andere opgenomen dat het aantal te inspecteren gastouders per gemeente variabel is, maar zich bevindt in een bandbreedte van 5 – 30 procent.

Op orde

De inspectie beoordeelt dit wettelijk criterium als ‘op orde’ als de gemeente voldoende heeft aangetoond dat zij alle onderzoeken voor registratie, onderzoeken na registratie, alle verplichte jaarlijkse onderzoeken en minimaal 5 procent van de VGO-voorzieningen heeft uitgevoerd, inclusief de basisvoorwaarden op vve. Ook geldt een verklaring van een gemeente dat dit criterium op orde is als voldoende verantwoording, in het geval de inspectie naar dit criterium geen gericht onderzoek heeft uitgevoerd.

Feitelijk kan bovenstaande pas aan het einde van het kalenderjaar worden vastgesteld. De inspectie geeft echter vaak gedurende het jaar een oordeel. Dat doet de inspectie op basis van inzicht in de taakuitvoering door de gemeente. Gekeken wordt dan of de inspectie er vertrouwen in heeft dat de gemeente alles in het werk stelt om de wettelijk verplichte onderzoeken uit te voeren.

De gemeente heeft een regierol richting de GGD. Zij geeft de GGD opdracht tot de uitvoering van onderzoeken en volgt deze uitvoering gedurende het jaar. Hoe zij invulling geeft aan deze regietaak is per gemeente en GGD-regio verschillend. De inspectie bekijkt en bespreekt hiertoe onder andere of een gemeente voldoende heeft ingekocht om aan de wettelijke eis te voldoen en hoe ze signalen van de GGD oppakt over de stand van zaken van de onderzoeken. Ook speelt mee hoe een gemeente kijkt naar risico’s in een kwartaal- of jaarplanning van de GGD, en hoe zij mogelijke zorgen uit richting de GGD over de uitvoering van de onderzoeken.

Regeling
Beleidsregels waarderingskader uitvoering Wet kinderopvang
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-10-2014
BWB-id
BWBR0035594
Versie
2014-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl