wetzoeker

2.3 — Oordeel en inzicht Beleidsregels waarderingskader uitvoering Wet kinderopvang

Oordeel en inzicht

De inspectie zoekt contact met de gemeente en verkrijgt informatie die deels van belang is voor haar oordeel.

Oordeel en statustoekenning

De inspectie baseert haar oordeel op de uitvoering van de wettelijke taken (zie hoofdstuk 3), en op houding en gedrag van de gemeente (college en gemeenteraad).

Het jaarverslag (waarstaatjegemeente.nl) laat zien of de gemeente de wettelijke criteria heeft behaald of niet. De inspectie neemt daarnaast in haar oordeel mee wat het college heeft gedaan/aangepast om (indien van toepassing) in het vervolg wel aan de wettelijke eisen te kunnen voldoen.

Elke gemeente maakt eigen beleidsmatige en organisatorische afwegingen. De inspectie gelooft dan ook niet in een scorelijstje, waarmee zij op een tiende nauwkeurig uitrekent of een gemeente al dan niet voldoet aan haar wettelijke taken. Aan de hand van de verzamelde informatie weegt de inspectie alle elementen en geeft haar oordeel. Dit oordeel is uitlegbaar, maar niet volgens een rekenschema inzichtelijk te maken. Hierin speelt het professional judgement van de inspectie ook een rol.

De status van een gemeente is een verkorte weergave van het oordeel van de inspectie: de gemeente voert haar wettelijke taken wel of niet goed uit. Gemeenten die hun wettelijke taken wel goed uitvoeren ontvangen status A. Gemeenten die hun wettelijke taken niet goed uitvoeren ontvangen status B of C.

Een gemeente met status B werkt mee aan het verbetertraject. De gemeente neemt zelf stappen om de taakuitvoering te verbeteren. Een gemeente met status C werkt niet of onvoldoende mee aan het verbetertraject. In dat geval kan de inspectie de interventieladder ‘Indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing’ toepassen, dit is niet altijd noodzakelijk. Deze ladder bestaat uit zes stappen, van signaleren tot en met definitief toepassen van het instrument Indeplaatsstelling. Feitelijke toepassing van de Indeplaatsstelling geschiedt door de minister van SZW.

Risico’s en aandachtspunten

De inspectie baseert haar oordeel, zoals hierboven omschreven, op wettelijke criteria. Daarnaast kan de inspectie tijdens het nader onderzoek op situaties stuiten die risicovol zijn of aandacht behoeven. Vaak gaat het daarbij over punten die de continuïteit van een goede taakuitvoering mogelijk op termijn in gevaar brengen.

Het project Achterblijvende Gemeenten Kinderopvang heeft de inspectie veel inzicht gegeven in de ‘succesfactoren’ van goed presterende gemeenten. Zowel de VNG als de GGD herkennen deze onderwerpen als succesfactoren. Ook hiervoor geldt dat een optelsom van deze factoren niet eenvoudig leidt tot een goede of onvoldoende taakuitvoering. Daarom worden deze succesfactoren niet meegewogen in het oordeel van de inspectie. De inspectie heeft ze wel samengevat en opgenomen in het waarderingskader. Als de inspectie risico’s ziet voor de continuïteit van de taakuitvoering, geeft ze deze mee aan de gemeente.

Regeling
Beleidsregels waarderingskader uitvoering Wet kinderopvang
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-10-2014
BWB-id
BWBR0035594
Versie
2014-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl