wetzoeker

Instellingsbesluit Commissie VWNW VenJ

Besluit van de secretaris-generaal van het Ministerie van Veiligheid en Justitie van 10 september 2014, kenmerk DP&O/14/545670, houdende instelling van de Commissie Van Werk Naar Werk Ministerie van Veiligheid en Justitie (Instellingsbesluit Commissie VWNW VenJ)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
18-09-2014
Rechtsgebied
Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0035544
Versie
2014-09-18_0
SHA-256 bron
bd899dcfcb50d805c5e1a983985c77decc4ae7a84c00c6550f7dd64ed86967bf

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (11)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. Commissie: Commissie Van Werk Naar Werk Ministerie van Veiligheid en Justitie als bedoeld in artikel 2;

b. VWNW: Van Werk Naar Werk;

c. het VWNW-beleid; de afspraken tussen de Minister voor Wonen en Rijksdienst en de centrales van overheidspersoneel als bedoeld in de Overeenkomst Sociaal Beleid Rijk van 11 april 2013 en hoofdstuk VIIbis van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;

d. Minister: Minister van Veiligheid en Justitie.

Artikel 2

Er is een Commissie Van Werk Naar Werk Ministerie van Veiligheid en Justitie, hierna te noemen: Commissie.

Artikel 3

De Commissie heeft tot taak:

a. toezicht te houden op en op verzoek uitspraken doen ten behoeve van een juiste toepassing en uitvoering van VWNW-beleid binnen het ministerie, onverlet het bepaalde in artikel 49uu, tweede lid van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;

b. het monitoren van:

i. het aantal VWNW-kandidaten en hun periode van VWNW-begeleiding;

ii. de plaatsing (waar, hoe snel) van VWNW-kandidaten in een nieuwe functie;

iii. de mate waarin VWNW-kandidaten kiezen voor verzilvering van hun algemene voorzieningen;

iv. de inzet van specifieke voorzieningen;

v. bij de commissie gemelde knelpunten.

Artikel 4

1 De Commissie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste zes andere leden. Ten minste de helft van de andere leden van de Commissie bestaat uit vertegenwoordigers van de centrales van overheidspersoneel.

2 De leden van de Commissie worden benoemd op basis van deskundigheid.

3 De leden van de Commissie worden op eigen aanvraag door de Minister tussentijds ontslagen.

4 De leden kunnen voorts door de Minister worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.

5 Bij tussentijds vertrek van een lid van de Commissie kan de Minister, op voordracht van de voorzitter, een nieuw lid benoemen.

Artikel 5

1 De commissie bestaat uit de volgende leden:

a. De heer M. Thorborg, tevens voorzitter;

Op voordracht van werkgeverszijde, namens de Minister:

b. De directeur Personeel en Organisatie;

c. De directeur Financiën, Bedrijfsvoering & Control van het directoraat-generaal Rechtspleging en Rechtsbijstand;

d. De algemeen directeur van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie;

Op voordracht van werknemerszijde, namens de centrales van overheidspersoneel:

e. Mevrouw L. Romeijn;

f. De heer K.J. Satter;

g. De heer M.N.J. Smit.

2 Vertegenwoordigende partijen kunnen plaatsvervangende leden aanwijzen.

3 De benoeming van de leden geschiedt voor de duur van de overeenkomst Sociaal Beleid Rijk: Van Werk Naar Werk beleid.

Artikel 6

1 De Commissie heeft een secretaris.

2 De secretaris is voor zijn werkzaamheden uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de Commissie.

3 De secretaris is geen lid van de Commissie.

4 De Minister draagt, na overleg met de voorzitter en de secretaris, zorg voor de nodige voorzieningen ten behoeve van de werkzaamheden van de Commissie.

Artikel 7

1 De Commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

2 De Commissie kan zich op onderdelen van haar taak laten bijstaan door personen van wie de deskundige inbreng van belang kan zijn voor de uitvoering van haar taken.

Artikel 8

1 De Commissie brengt tweemaal per jaar en desgevraagd tussentijds een rapport uit aan het Sectoroverleg Rijk.

2 Indien de Commissie daartoe aanleiding ziet in de bevindingen van het onderzoek, doet zij verslag aan de secretaris-generaal van het ministerie.

3 Indien onvoorziene omstandigheden naar het oordeel van de Commissie in de weg staan aan het tijdig uitbrengen van het rapport, dan stelt zij het Sectoroverleg Rijk daarvan op de hoogte.

Artikel 9

1 De voorzitter en de andere leden ontvangen per vergadering een vergoeding, voor zover zij niet vallen onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges.

2 De leden namens de centrales van overheidspersoneel ontvangen een vergoeding voor de werkzaamheden per vergadering, tenzij een lid voor de werkzaamheden van de commissie is vrijgesteld.

3 De vergoeding per vergadering van de leden bedraagt € 219.

4 De vergoeding per vergadering van de voorzitter bedraagt € 285.

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 15 april 2013, behalve voor zover het betreft artikel 8 van dit besluit.

Artikel 11

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie VWNW VenJ.