wetzoeker

2.5.3 — Biobased Circular grote projecten (artikel 25 en 47 algemene groepsvrijstellingsverordening) Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies

Biobased Circular grote projecten (artikel 25 en 47 algemene groepsvrijstellingsverordening)

Dit subthema geeft invulling aan het Nationaal Groeifondsprogramma BioBased Circular

1 Nationaal Groeifondsprogramma Biobased Circular

. Het thema betreft grote DEI+-pilots (meer dan € 1.000.000 subsidie) en grote DEI+-demonstratieprojecten (meer dan € 10.000.000 subsidie) om te komen tot circulaire waardeketens voor polyesters op basis van koolhydraatrijke biogrondstoffen (biogebaseerd). Dit worden waardecirkels voor biopolyesters genoemd. De biogebaseerde polyesters vinden hun toepassing in kunststoffen (nieuw of reeds in ontwikkeling, zoals PEF, bioPET, PLA en PHA), harsen, coatings of composieten. Het gaat om toepassingsgebieden met afzetmarkten waar een productieomvang van kilotonnen per jaar nodig is en die zowel economisch als wat betreft CO2-reductie en circulariteit voor Nederland van betekenis zijn.

Projecten in dit subthema zijn zogenaamde grote demonstratie- en pilotprojecten die zijn gericht op ten minste één van de volgende onderwerpen:

1. het testen, verbeteren of het opschalen van industriële productieprocessen voor biogebaseerde chemische bouwstenen (zoals polyolen, dicarbonzuren of hydroxycarbonzuren) of polyesters;

2. het testen, verbeteren of het opschalen van industriële productieprocessen voor bioafbreekbare of recyclebare producten en halffabricaten waarin biogebaseerde polyesters zijn toegepast;

3. het testen, verbeteren of het opschalen van (delen van) nieuwe industriële verwerkingsroutes van koolhydraatrijke biogrondstoffen en industriële reststromen. Een verwerkingsroute omvat de productie van de grondstof en de verwerkingsstappen van de grondstof of reststroom tot een suiker, bouwsteen of biogebaseerde polyester. In het geval van suiker dient deze weer als grondstof voor de productie van een bouwsteen of polyester. Deze projecten kunnen gebruik maken van de volgende biogrondstoffen:

a. biogrondstoffen uit eerste generatie bestaande gewassen (ook wel primaire gewassen genoemd), zoals suikerbiet, mais, en granen, sorghum en hennep. Bij gebruik van eerste generatie zijn alleen pilotprojecten mogelijk;

b. tweede generatie biogrondstoffen uit:

1°. reststromen uit de landbouw, landschapsbeheer en bosbeheer;

2°. bijproducten uit de verwerking van landbouwproducten, of voedingsindustrie, diervoeder papier- en karton of andere industrie (agri-food processing); of

3°. heterogene reststromen in de vorm van organisch afval, zoals GFE/GFT, waterzuiveringsslib en mest;

4. het testen, verbeteren of het opschalen van industriële recyclingprocessen voor producten en materialen gemaakt van biogebaseerde polyesters. Onder recycling vallen mechanische, chemische en organische recycling.

Buiten de reikwijdte van dit subthema vallen:

• demonstratieprojecten op het gebied van biobased grondstoffen die geen biomassa-afval of biomassareststromen gebruiken en dus geen recycling betreffen.

Regeling
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
25-09-2026
BWB-id
BWBR0035474
Versie
2026-09-25_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl