wetzoeker

2.2 — Bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen (artikel 25 en 41 algemene groepsvrijstellingsverordening) Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies

Bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen (artikel 25 en 41 algemene groepsvrijstellingsverordening)

Dit thema betreft DEI+-pilots en DEI+-demonstratieprojecten gericht op de productie, opslag en inpassing van energie uit hernieuwbare bronnen. Onder het begrip energie uit hernieuwbare bronnen wordt verstaan energie als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van de Richtlijn hernieuwbare energie. Het gaat om energie uit hernieuwbare niet-fossiele bronnen, namelijk windenergie, zonne-energie (thermische zonne-energie en fotovoltaïsche energie) en geothermische energie, osmose-energie, omgevingsenergie, getijdenenergie, golfslagenergie en andere energie uit de oceanen, waterkracht, en energie uit biomassa, stortgas, gas van rioolzuiveringsinstallaties, en biogas.

Onder DEI+-projecten gericht op inpassing vallen projecten die een positieve en vernieuwende bijdrage leveren aan in elk geval één van de volgende onderwerpen:

• de (landschappelijke) inpassing van (grootschalig) opgewekte hernieuwbare energie, waarbij op een vernieuwende wijze rekening gehouden wordt met esthetische aspecten en cultuurhistorische landschapselementen;

• ecologische inpassing van productie-installaties voor hernieuwbare energie, rekening houdend met milieuaspecten als ecologie, biodiversiteit, geluid, waterkwaliteit en bodemkwaliteit;

• meervoudig gebruik van ruimte, waarbij een aantoonbare meerwaarde behaald kan worden door de combinatie van functies in de ruimte of door het optimaal gebruik van de beschikbare ruimte.

DEI+-pilots die bijdragen aan een snellere, goedkopere of meer ecologisch verantwoorde installatie van windparken op zee of aan het onderhoud of de ontmanteling ervan en een indirecte bijdrage aan het kosteneffectief reduceren van CO2-emissies hebben, vallen ook binnen dit thema.

DEI+-demonstratieprojecten die lange termijn energieopslag betreffen en waarbij de opslagcomponent direct gekoppeld is aan een productie-installatie van hernieuwbare energie (achter de meter), vallen ook binnen dit thema. Het betreft enkel projecten gericht op opslagcomponenten die op jaarbasis ten minste 75% van zijn energie uit rechtstreeks aangesloten installaties voor de opwekking van hernieuwbare energie halen.

Buiten de reikwijdte van dit thema vallen de volgende projecten:

• pilots die energieopslag betreffen (deze vallen onder thema 2.3);

• pilots en demonstratieprojecten gericht op de verduurzaming van de gebouwde omgeving (deze vallen onder thema 2.7), met uitzondering van projecten die expliciet de realisatie en exploitatie van de hernieuwbare bron betreffen;

• pilots en demonstratieprojecten gericht op hernieuwbare waterstof, elektriciteit uit hernieuwbare waterstof en de productie van duurzame synthetische brandstoffen die geproduceerd worden met hernieuwbare waterstof en CO2 (deze vallen onder thema 2.9);

• pilots en demonstratieprojecten gericht op energie uit hoogrenderende warmtekrachtkoppeling;

• demonstratieprojecten gericht op vergassing van biomassa (deze vallen onder thema 2.10);

• pilots en demonstratieprojecten op het gebied van productie van niet-industriële warmte en elektriciteit uit biomassa.

Regeling
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
25-09-2026
BWB-id
BWBR0035474
Versie
2026-09-25_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl