2.3 — Stappenplan berekening (deel 1) Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
Stappenplan berekening
De rekenmethode is opgebouwd uit zeven stappen. In de volgende secties wordt elk van deze zeven stappennader uitgewerkt.
Stap 1 – De totale economische levensduur
De NIKI geeft subsidie voor investeringsactiviteiten en voor exploitatieactiviteiten, de laatste gedurende de eerste 10 jaar van de exploitatie van de NIKI-installatie. Het benodigde subsidiebedrag wordt in de rekenmethode berekend over de gehele economische levensduur van de NIKI-installatie, de subsidie wordt verstrekt in de eerste 10 jaar van de exploitatiefase. De totale economische levensduur is minimaal 20 jaar. De methode voor het bepalen van de exploitatiekosten na 10 jaar tot einde economische levensduur staat beschreven in Stap 4 ‘Bepaal de exploitatiekosten (OPEX) voor de operationele fase’. Na 10 jaar exploitatie vindt een herberekening van het subsidiebedrag plaats op basis van werkelijk gemaakte kosten en opbrengsten en volgt een vaststelling. Het is een vereiste dat de economische levensduur van een NIKI-installatie langer zal zijn dan de exploitatiefase van 10 jaar van het NIKI-project. Hierbij is van belang dat de aanvrager bij het indienen van het bod aannemelijk maakt dat de NIKI-installatie ook na jaar 10 operationeel blijft en na die 10 jaar zonder subsidie rendabel kan opereren.
Stap 2 – Bepaal de investeringskosten (CAPEX)
Introductie
In stap 2 worden de investeringskosten (CAPEX) berekend voor een NIKI-project. De investeringskosten moeten ‘technisch noodzakelijk en uitsluitend dienstbaar’ zijn aan de NIKI-installatie(s) en het operationaliseren van NIKI-installaties, zoals ook van toepassing is in de EIA. Indien de kosten niet uitsluitend dienstbaar zijn aan het NIKI-project, dient de aanvrager de kosten in aanmerking te nemen voor zover die zien op het NIKI-project. NIKI-installaties zijn die installaties waarmee het milieuvoordeel in het NIKI project wordt behaald.
In deze stap worden de investeringskosten nader toegelicht. Kosten voor het vervangen of herstellen van installatie(s) mogen niet in de investeringsfase opgenomen te worden. Deze kosten maken onderdeel uit van de exploitatiekosten zoals opgenomen onder stap 4.
De investeringsfase van een NIKI-project begint uiterlijk 12 maanden na het toekennen van de beschikking en niet eerder dan het moment waarop de eerste bindende verplichting wordt aangegaan die een investering onomkeerbaar maakt, bijvoorbeeld de definitieve bestelling van apparatuur of het starten van bouwwerkzaamheden. De subsidie wordt in deze periode uitgekeerd op basis van een mijlpaalmethode. Bij het indienen van de subsidieaanvraag kan de aanvrager aangeven op welke momenten in het ontwikkelingsproces de investeringssteun nodig is. Op deze manier heeft de aanvrager de ruimte om het investeringsproces te optimaliseren met de zekerheid dat de investeringssteun op de juiste momenten wordt ontvangen. Elke mijlpaalperiode dient te worden afgesloten met een concreet definieerbaar resultaat van uitgevoerde activiteiten in het project. De mijlpalen dienen onderbouwd te worden in het NIKI-projectplan. Alle subsidiabele kosten die gemaakt zijn in aanloop naar het te behalen resultaat dienen opgenomen te worden in deze mijlpaal. De aanvrager dient minimaal 3 en maximaal 5 mijlpalen te formuleren voor het NIKI-project. Een mijlpaal kan niet het verkrijgen van een subsidiebeschikking zijn.
Het totaal van het voorschot in de investeringsfase bedraagt het laagste van:
• 40% van de gevraagde subsidie; of
• De totale investeringskosten bij aanvraag.
Na afloop van de investeringsperiode berekent de aanvrager opnieuw de benodigde subsidie. In deze berekening wordt rekening gehouden met de daadwerkelijke investeringskosten en moeten tevens nieuwe inschattingen worden aangedragen voor de exploitatiefase.
Aanschafkosten
Bereken de totale aankoopprijs van de installaties en machines voor de realisatie van het project. Dit omvat betalingen aan derden voor engineeringskosten na toekenning van de subsidie, het voorbereiden van de NIKI-installaties en het zorgen dat de installaties klaar zijn voor gebruik.
De onderstaande kosten kunnen hiervoor relevant zijn, deze lijst is niet limitatief.
Aankoopprijs van installaties en machines: Dit omvat de kosten voor de aanschaf van alle fysieke activa voor het NIKI-project.
Engineering en ontwerp na FID: Kosten die gemaakt worden voor engineeringdiensten na de toekenning van de subsidie. Dit omvat het ontwerp en de optimalisatie van de NIKI-installaties, alsook eventuele aanpassingen die nodig zijn om aan specifieke projectvereisten te voldoen.
Voorbereidingskosten van de locatie: Kosten voor het klaarmaken van de locatie waar de NIKI-installaties worden geplaatst. Dit kan grondwerk, funderingen, en de inrichting van de locatie omvatten, zodat deze geschikt is voor installatie en gebruik. Kosten voor de sloop van bestaande installaties zijn uitgesloten.
Aanvragers kunnen bovenstaande kosten aantonen door middel van bijvoorbeeld offertes, inkooporders, en facturen van leveranciers, afhankelijk van de fase waarin de aanvrager zich bevindt. De documentatie moet de specificaties en prijzen van elk item omvatten, evenals de overeenkomstige betalingsbewijzen.
Onderstaande kosten maken nadrukkelijk geen onderdeel uit van de investeringskosten:
• Kosten voor reeds bestaande installaties: tenzij het gaat om kosten voor het aanpassen van deze installaties om ze geschikt te maken voor het project.
• Exploitatiekosten (OPEX): Lopende kosten voor het functioneren van de installaties, zoals energieverbruik, routine-onderhoud, reparaties, en arbeidskosten. Zie hiervoor Stap 4.
• Training van Personeel (Buiten Inbedrijfstelling): Kosten voor het opleiden van personeel dat niet direct gerelateerd is aan het operationeel maken van de nieuwe installaties.
• Onderzoek en Ontwikkeling (R&D): Kosten die gemaakt worden voor onderzoek en ontwikkeling die niet direct gelinkt zijn aan de ontwikkeling of verbetering van de specifieke NIKI-installaties of machines voor het project. Hierbij kan gedacht worden aan het optimaliseren van andere installaties in de bedrijfsvoering.
• Marketing en Verkoopkosten: Uitgaven voor marketingactiviteiten, marktonderzoek, en verkoopinspanningen die niet direct bijdragen aan de aanschaf, installatie, of inbedrijfstelling van fysieke activa.
• Financieringskosten: Rente, afsluitkosten van leningen en andere financiële lasten.
Realisatiekosten
Arbeidskosten en extern ingehuurd personeel: de arbeidskosten voor eigen medewerkers en extern ingehuurd personeel die nodig zijn voor de installatie van de NIKI-installaties, dienen te zijn gebaseerd op de daadwerkelijke kosten.
Kosten van kranen, steigers en tijdelijke voorzieningen: de kosten van de kranen, steigers, tijdelijke voorzieningen ten behoeve van het NIKI-project.
Investeringen in infrastructuur: de investeringen in infrastructuur voor de realisatie van het NIKI-project. De volgende kosten zijn uitgezonderd; kosten gerelateerd aan milieueffecten, kosten met betrekking tot landgebruik en milieu-impact veroorzaakt door anderen dan de aanvrager. De waarde van investeringen in infrastructuur die kan worden toegerekend aan het NIKI-project is onderdeel van de CAPEX. De hoogte van dit bedrag wordt bepaald door de ratio van de economische levensduur van de NIKI-installatie ten opzichte van de totale boekhoudkundige afschrijfperiode van de investeringen in de desbetreffende infrastructuur, voor zover de boekhoudkundige afschrijvingsperiode langer is dan de economische levensduur.
Ter illustratie: Er vindt een infrastructuurinvestering plaats van € 500.000. Er wordt een totale afschrijvingsperiode van 50 jaar gehanteerd met een economische levensduur van 25 jaar. Dan dient men de CAPEX als volgt op te voeren: (25/50) * € 500.000 = € 250.000. Dit bedrag wordt niet verdisconteerd.
- Regeling
- Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 25-09-2026
- BWB-id
- BWBR0035474
- Versie
- 2026-09-25_0