wetzoeker

1.1 — Introductie rekenmethode voor subsidieberekening NIKI Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies

Introductie rekenmethode voor subsidieberekening NIKI

Dit document beschrijft de NIKI rekenmethode en dient als instructie om de methode correct toe te passen. Naast dit document zal voor het voorbereiden van NIKI-aanvragen een ‘NIKI rekenmodel subsidie’ gepubliceerd worden, dat zorgt voor een uniforme wijze van indienen. Dit rekenmodel zal tegelijk met de publicatie van de regeling in de Staatscourant worden gepubliceerd op de site van RVO. U dient het ingevulde rekenmodel bij uw aanvraag in. Deze rekenmethode voor de subsidieberekening van de NIKI beschrijft de stappen die gevolgd moeten worden door de aanvrager voor het berekenen van de subsidie. De aanvrager moet de rekenmethode toepassen in verschillende fasen van het NIKI-project, zoals weergegeven in onderstaande tabel.

13 In alle gevallen waarin de inhoud van deze handleiding afwijkt van de officiële regelingstekst en de bijbehorende toelichting, hebben de regelingstekst en toelichting voorrang.

Wanneer? | Hoe? | Wat en waarom?

Aanvraag | Op basis van verwachte kosten en opbrengsten tot en met einde economische levensduur. Ondersteuning middels rapportage van de accountant. | De aanvrager dient onder andere in: • subsidievraag in euro’s; • projectbegroting met berekening van de totale subsidiabele kosten, voorzien van mijlpalen met begroting voor de investeringsfase; • bod (geboden subsidie-intensiteit) in euro’s per ton vermeden CO2-eq; en • CO2 berekening met NIKI emissiereductie methode.

Subsidietoekenning | | De beschikking bevat onder andere: • toegekende subsidie in euro’s; • goedgekeurde projectbegroting; • uitgebrachte bod in subsidie per ton vermeden CO2-eq; • gehanteerde WACC; • gehanteerde productievolume; • ton vermeden CO2-eq per ton NIKI product(en); • verplichting ten aanzien van de controleverklaring over het gerealiseerde productievolume

Einde investeringsfase | Op basis van de werkelijke investeringskosten en geactualiseerde inschattingen van de exploitatiekosten en opbrengsten voor de periode tot en met einde van de economische levensduur. | Eerste berekening van het jaarlijkse voorschot voor de exploitatie fase, en van mogelijke claw-back.

Aan het einde van ieder jaar van de exploitatiefase | Op basis van de werkelijke investeringskosten, de werkelijke exploitatiekosten, opbrengsten en productievolume voor de achterliggende projectjaren, plus geactualiseerde inschattingen voor de resterende periode tot en met einde van de economische levensduur. Ondersteuning na het 5e jaar van de exploitatie fase middels rapport van feitelijke bevindingen van de accountant. | Deze herberekeningen dienen om overstimulering te voorkomen en terugvordering van te veel verstrekte voorschot te vermijden. In de berekening daarvan wordt daarom rekening gehouden met een mogelijke claw-back.

Essentiële wijziging of vertraging in de projectuitvoering | Op basis van de werkelijke investeringskosten, de werkelijke exploitatiekosten, opbrengsten en productievolume voor de achterliggende projectjaren, plus geactualiseerde inschattingen voor de resterende periode tot en met einde van de economische levensduur. Zonodig tevens een herberekening van de geraamde CO2 emissiereductie. | Essentiële wijzigingen of vertragingen in het project kunnen leiden tot een herbeoordeling van het project, aanpassing van de jaarlijkse voorschotten en/of terugvordering van reeds betaalde voorschotten.

Subsidievaststelling (10 jaar na start van exploitatiefase) | Op basis van de werkelijke investeringskosten, de werkelijke exploitatiekosten, opbrengsten en productievolume voor de achterliggende projectjaren. Ondersteuning middels controleverklaring van de accountant. | Vaststellen van de subsidie en indien van toepassing, hanteren van claw-back.

De NIKI is een tenderregeling. Aanvragen die positief op hun haalbaarheid worden beoordeeld, worden gerangschikt. Deze rangschikking is uitsluitend op basis van het uitgebrachte bod in euro’s per ton vermeden CO2. Deze werkwijze is een inhoudelijke invulling van de voorwaarde in de CEEAG, dat bij tenders het rangschikkingscriterium een directe relatie moet hebben tot het na te streven beleidsdoel van de steunmaatregel (voor de NIKI: aanzienlijke CO2-emissiereductie).

De rekenmethode wordt bij aanvraag uitsluitend beoordeeld op de financiële haalbaarheid. Het is van belang te benadrukken dat voor aanvragen die worden gerangschikt, het bod in euro’s per ton vermeden CO2 niet alleen leidend is in de rangschikking, maar ook dat het bod en onderliggende berekening zelf niet wordt beoordeeld en daarom ook niet kan worden gewijzigd. De aanvrager dient daarbij uit te gaan van hetzelfde productievolume en verwachte CO2-emissiereductie als in de berekeningen met de NIKI CO2 reductiemethode. De gevraagde subsidie dient echter te worden berekend door het bod met de verwachte CO2-emissiereductie te vermenigvuldigen. Een te groot verschil tussen de benodigde subsidie en de gevraagde subsidie kan gezien worden als een financieel te risicovolle situatie, met name als onduidelijk is hoe het verschil tussen het bod en de benodigde subsidie opgebracht gaat worden. De aanvraag wordt dan afgewezen op onvoldoende onderbouwing van de (financiële) haalbaarheid.

De subsidie die projecten ontvangen is gebaseerd op een combinatie van investeringskosten (CAPEX) en exploitatiekosten (OPEX). De rekenmethode begint met het vaststellen van de netto contante waarde (NCW) van de kasstromen, waarbij alle toekomstige inkomsten en uitgaven naar het heden worden verdisconteerd.

In de uitbetaling van de voorschotbedragen kunnen de investeringsfase en de exploitatiefase onderscheiden worden. In de toelichting op de NIKI zijn beide fasen nader uiteengezet. In het bijzonder voor de exploitatiefase geldt dat de voorschotten gedurende een NIKI-project een aantal keer worden bijgesteld aan de hand van de herberekening van de benodigde subsidie. Deze herberekeningen dienen om overstimulering te voorkomen en terugvordering van te veel verstrekte voorschotten zo veel mogelijk te vermijden. Benadrukt wordt dat het hierbij alleen gaat om herberekening van het voorschot en niet om tussentijdse bijstelling van de subsidie. Deze zal pas 10 jaar na de start van de exploitatiefase van het project (einde NIKI-project) definitief worden vastgesteld. Het subsidiebedrag bij vaststelling is maximaal het in de aanvraagfase toegekende subsidiebedrag. Er kan derhalve geen verhoging plaatsvinden.

Regeling
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
25-09-2026
BWB-id
BWBR0035474
Versie
2026-09-25_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl