2.2 — Bepalen of u een beschikbare emissiefactor toepast of een referentieproces definieert Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
Bepalen of u een beschikbare emissiefactor toepast of een referentieproces definieert
Voor het bepalen van de emissies van het referentieproduct bepaalt u eerst welke aanpak u moet toepassen: een standaard emissiefactor, een emissiefactor uit de literatuur of zelf een referentieproces opstellen (zie ook figuur 4).
Een standaard emissiefactor is beschikbaar
Als er een voorgeschreven emissiefactor beschikbaar is, dan moet u deze gebruiken. Twee typen emissiefactoren zijn voorgeschreven:
A. Voor een product dat als energiedrager of brandstof wordt ingezet, maakt u gebruik van de emissiefactoren gepubliceerd op CO2-emissiefactoren.nl. Hierbij gebruikt u de well-to-wheel waarde (WTW).
B. Voor een aantal producten is een emissiefactor berekend volgens de NIKI CO2-emissiereductiemethode. Deze producten kunnen relevant kan zijn als referentieproducten voor de doelgroep van de NIKI-regeling. Als u een referentieproduct kunt aanwijzen dat op deze lijst staat, dan moet u de desbetreffende emissiefactor voor dit referentieproduct toepassen. De lijst is vanaf de datum van publicatie van de NIKI-regeling te vinden op de website van RVO.
Als u één van deze emissiefactoren moet gebruiken, dan hoeft u voor dat product geen referentieproces meer op te stellen.
Emissiefactor uit de literatuur gebruiken
Indien er geen standaard emissiefactor beschikbaar is én het NIKI-product is niet fysiek identiek aan het referentieproduct, dan hoeft u geen referentieproces op te stellen, maar mag u een emissiefactor uit de literatuur gebruiken. U gebruikt de hiërarchie in Appendix A1 om een geschikte emissiefactor te bepalen.
U onderbouwt waarom u de gekozen emissiefactor kiest. Bij het gebruik van een database voor emissiefactoren (bijv. Ecoinvent) omschrijft u welke dataset u kiest en waarom. Daarnaast onderbouwt u waarom er geen emissiefactor beschikbaar was op een hoger niveau in de hiërarchie.
Als u een emissiefactor uit de literatuur toepast, dan hoeft u voor dat product geen referentieproces meer op te stellen. U mag er ook voor kiezen om wel een referentieproces op te stellen, maar dit is niet verplicht.
Een referentieproces bepalen
Indien uit de bovenstaande bronnen geen emissiefactor voor een geschikt referentieproduct te bepalen is, doorloopt u voor het productieproces van het referentieproduct dezelfde stappen als voor NIKI-producten. Dit betekent dat u voor de referentie een of meer referentieprocessen zult moeten beschrijven waarmee alle producten met dezelfde functionaliteiten van de NIKI-producten zijn te produceren.
Voor elk NIKI-product moet u een referentieproduct aanwijzen. Daarnaast moet u een referentieproces beschrijven voor elk referentieproduct waarvoor geen emissiefactor beschikbaar is. Indien een referentieproces meerdere referentieproducten produceert in dezelfde productieverhoudingen tussen de producten als het NIKI-project, dan volstaat dit ene referentieproces voor de desbetreffende referentieproducten. Is dit niet het geval, dan geldt als uitgangspunt dat voor elk referentieproduct een referentieproces moet worden opgesteld.
Indien het productportfolio van het NIKI-proces overeenkomt met het productportfolio van één enkel referentieproces, dan mag u de referentie met een enkel referentieproces beschrijven, zonder dat u voor een gedeelte van de producten een beschikbare emissiefactor toepast.
Voorbeeld: U vervangt de helft van een grondstof met een biobased alternatief. Het productportfolio blijft hetzelfde. Eén van de producten staat op CO2emissiefactoren.nl. Volgens bovenstaande stappen zou u hiervoor de beschikbare emissiefactor moeten gebruiken en voor de overige producten referentieprocessen moeten beschrijven. Omdat het productportfolio hetzelfde blijft, mag u in dit geval echter een referentieproces beschrijven dat alle referentieproducten vervaardigd. Als voor alle referentieproducten een emissiefactor beschikbaar is, gebruikt u de beschikbare emissiefactoren.
Let op: als de referentieproducten niet in dezelfde verhouding worden geproduceerd, of de correctiefactor niet overeenkomt, moeten de referentieproducten WEL in losse processen omschreven worden.
- Regeling
- Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 25-09-2026
- BWB-id
- BWBR0035474
- Versie
- 2026-09-25_0