Artikel 5. Verkrijging van participaties Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
1. Het thematisch technology transferfonds hanteert bij het verkrijgen van participaties in kennisstarters de volgende voorwaarden:
a. de participaties worden verkregen gedurende een investeringsperiode van ten hoogste zes jaar, en worden vervreemd gedurende een desinvesteringsperiode van ten hoogste negen jaar;
b. de totale verkrijgingsprijs van de participaties die gedurende de fondsperiode in één kennisstarter wordt geïnvesteerd, bedraagt ten minste € 25.000 en ten hoogste € 1.500.000;
c. de gemiddelde totale verkrijgingsprijs van de participaties die een thematisch technology transferfonds gedurende de investeringsperiode per kennisstarter investeert, bedraagt over alle kennisstarters genomen ten hoogste € 750.000;
d. voor achtergestelde vorderingen wordt een rente bedongen die ten minste gelijk is aan de referentierente;
e. de relatieve omvang van achtergestelde vorderingen wordt zodanig beperkt dat aan het eind van de fondsperiode ten hoogste 50 procent van het totaal van de verkrijgingsprijs van alle participaties betrekking heeft op achtergestelde vorderingen;
f. de participaties worden verkregen in kennisstarters waarvan de rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven ten minste redelijk zijn;
g. bij de beslissing van het thematisch technology transferfonds inzake de verkrijging van een participatie wordt rekening gehouden met het ondernemingsplan van de desbetreffende kennisstarter.
2. Bij of in verband met het verkrijgen van een participatie verstrekt het thematisch technology transferfonds geen andere goederen dan geld.
3. Het thematisch technology transferfonds neemt geen participatie in een kennisstarter, indien in de voorafgaande periode van twaalf maanden meer middelen aan de kennisstarter zijn onttrokken ten behoeve van derden dan noodzakelijk voor een redelijk te achten bedrijfsvoering, dan wel een verplichting tot een zodanige onttrekking is aangegaan.
4. Het thematisch technology transferfonds neemt geen participatie in een kennisstarter, indien een andere participatiemaatschappij aan deze kennisstarter reeds risicokapitaal in de vorm van aandelen of een aan eigen vermogen gelijk te stellen lening verstrekt heeft, behoudens indien:
a. deze participatiemaatschappij een ander thematisch technology transferfonds is en voor zover het totaal aan verkrijgingsprijzen van de participaties die de thematisch technology transferfondsen gezamenlijk in de kennisstarter investeren, niet boven de € 1.500.000 uitkomt;
b. deze participatiemaatschappij, niet zijnde een financier, een aan eigen vermogen gelijk te stellen lening voor Proof of Concept doeleinden heeft verstrekt, voor zover het totaal aan risicokapitaal dat verstrekt is aan de kennisstarter door alle participatiemaatschappijen en het thematisch technology transferfonds gezamenlijk het totale bedrag aan risicofinanciering, bedoeld in artikel 21, negende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening niet overschrijdt; of
c. deze participatiemaatschappij een informal investor is.
5. Het thematisch technology transferfonds verkrijgt alleen participaties in kennisstarters die actief zijn binnen het thema.
6. Het thematisch technology transferfonds verkrijgt of behoudt geen participatie in de vennootschap van een kennisstarter indien een fondspartij, de fondsbeheerder of diens medewerkers, bestuurders of andere betrokkenen bij het thematisch technology transferfonds een bedrijf uitoefent dat gelijk of verwant is aan het bedrijf van de kennisstarter, terwijl tussen beide bedrijven of personen een afnemers- of een aandeelhoudersrelatie bestaat.
7. Het thematisch technology transferfonds kan uitsluitend vervolginvesteringen in een kennisstarter doen indien:
a. het totale bedrag aan risicofinanciering, bedoeld in artikel 21, negende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening niet wordt overschreden voor de desbetreffende kennisstarter;
b. in de mogelijkheid van vervolginvesteringen was voorzien in het oorspronkelijke ondernemingsplan van de desbetreffende kennisstarter;
c. de desbetreffende kennisstarter niet verbonden is geraakt in de zin van artikel 3, derde lid, van bijlage I bij de algemene groepsvrijstellingsverordening, met een andere onderneming dan het thematisch technology transferfonds of een onafhankelijke particuliere investeerder die in het kader van artikel 21 van de algemene groepsvrijstellingsverordening risicofinanciering verschaft, tenzij de nieuwe entiteit voldoet aan de definitie van kmo, bedoeld in bijlage I van de algemene groepsvrijstellingsverordening; en
d. de desbetreffende kennisstarter:
1°. nog steeds niet actief is of is geweest op een markt;
2°. minder dan zeven jaar na zijn eerste commerciële verkoop actief is op een markt, en het risicokapitaal dat het thematisch technology transferfonds verstrekt als hefboom dient voor aanvullende verstrekking van risicokapitaal door een of meer onafhankelijke particuliere investeerders op het niveau van de desbetreffende kennisstarter, zodat bij de vervolginvestering het totale particuliere deelnemingspercentage minimaal 40 procent bedraagt; of
3°. zeven jaar of langer na de eerste commerciële verkoop actief is op de markt en het risicokapitaal dat het thematisch technology transferfonds verstrekt als hefboom dient voor aanvullende verstrekking van risicokapitaal door een of meer onafhankelijke particuliere investeerders op het niveau van de desbetreffende kennisstarter, zodat bij de vervolginvestering het totale particuliere deelnemingspercentage minimaal 60 procent bedraagt.
- Regeling
- Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 25-09-2026
- BWB-id
- BWBR0035474
- Versie
- 2026-09-25_0