wetzoeker

Artikel 9 — Voorwaarden LV-borgstellingskrediet -algemeen- Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies

Voorwaarden LV-borgstellingskrediet -algemeen-

Een LV-borgstellingskrediet wordt niet verleend indien:

a. het wordt aangewend voor de herfinanciering van schulden, met uitzondering van herfinanciering van een LV-borgstellingskrediet als bedoeld in artikel 14, achtste lid, daaronder mede begrepen niet door enige financier verstrekte leningen alsmede leningen welke worden aangegaan om kapitaalbehoefte, ontstaan door het uittreden van een commanditaire vennoot uit een commanditaire vennootschap, te dekken, behoudens in geval van overmacht;

b. ten aanzien van de investeringen waarvoor de kredietovereenkomst is aangegaan reeds een krediet of deel van een krediet is verstrekt of onvoorwaardelijk is toegezegd;

c. aan de LV-ondernemer voor kredieten voor investeringen als bedoeld in artikel 5, reeds een borgstelling door de minister of het bestuur van de Stichting Borgstellingsfonds voor de Landbouw is verstrekt en het totaalbedrag aan LV-borgstellingskredieten aan de LV-ondernemer in totaal hoger wordt dan € 2.500.000;

d. de LV-onderneming wordt uitgeoefend door een commanditaire vennootschap, tenzij uit de betrokken vennootschapsovereenkomst blijkt dat die overeenkomst ten minste een looptijd heeft die gelijk is aan de looptijd van het LV-borgstellingskrediet.

Regeling
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
25-09-2026
BWB-id
BWBR0035474
Versie
2026-09-25_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl