wetzoeker

Artikel 3.5.3 Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies

Connecting Europe Facility-projecten (CEF-projecten)

1 De subsidie voor een Nederlands CEF-project bedraagt:

a. voor economische activiteiten als bedoeld in artikel 3.5.2, tweede lid, onderdeel a:

1°. 50% van de subsidiabele kosten, voor zover deze subsidiabele kosten betrekking hebben op industrieel onderzoek;

2°. 25% van de subsidiabele kosten, voor zover deze subsidiabele kosten betrekking hebben op experimentele ontwikkeling;

3°. 50% van de subsidiabele kosten, voor zover deze subsidiabele kosten betrekking hebben op een haalbaarheidsstudie;

4°. 50% van de subsidiabele kosten, voor zover deze subsidiabele kosten betrekking hebben op de bouw of het upgraden van onderzoeksinfrastructuur;

5°. het deel van de subsidiabele kosten dat niet gefinancierd wordt door de Europese Commissie op grond van de Europese subsidieovereenkomst of door andere derden, voor zover deze subsidiabele kosten betrekking hebben op investeringsactiviteiten in de uitrol van een grensoverschrijdend traject van een backbonenetwerk of een onderzees kabelnetwerk;

b. voor niet-economische activiteiten als bedoeld in artikel 3.5.2, tweede lid, onderdeel b: 100% van de subsidiabele kosten.

2 De percentages, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, worden verhoogd met:

a. 10 procentpunten, indien de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een middelgrote onderneming voor het uitvoeren van industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of een haalbaarheidsstudie, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, 2° of 3°;

b. 20 procentpunten, indien de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een kleine onderneming voor het uitvoeren van industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of een haalbaarheidsstudie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, 2° of 3°;

c. voor zover het totale subsidiepercentage voor de subsidiabele kosten niet meer bedraagt dan 80 procent van de subsidiabele kosten:

1°. 15 procentpunten, indien de subsidiabele kosten betrekking hebben op industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1° of 2°, en voldaan wordt aan ten minste één van de voorwaarden, bedoeld in artikel 25, zesde lid, onderdeel b, onder i of ii, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

2°. 25 procentpunten, indien de subsidiabele kosten betrekking hebben op industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1° of 2°, en voldaan wordt aan ten minste één van de voorwaarden, bedoeld in artikel 25, zesde lid, onderdeel d, onder i, ii of iii, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

d. 10 procentpunten, indien de subsidiabele kosten betrekking hebben op de bouw of het upgraden van onderzoeksinfrastructuur als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 4°, en voldaan is aan ten minste één van de voorwaarden, bedoeld in artikel 26, zesde lid, tweede volzin, van de algemene, groepsvrijstellingsverordening.

3 De subsidie bedraagt ten hoogste € 5.000.000 per Nederlands CEF-project.

4 Bij de toepassing van artikel 6, eerste lid, van het besluit worden bij het verlenen van subsidie op basis van deze titel de financiële bijdragen van de Europese Commissie of andere bestuursorganen aangemerkt als publieke cofinanciering en buiten beschouwing gelaten:

a. indien de totale som van de door de minister, de Europese Commissie of andere bestuursorganen verstrekte subsidie voor de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, niet hoger ligt dan 100% van de subsidiabele kosten of, voor zover van toepassing, het maximum percentage of het bedrag dat is opgenomen in het toepasselijke werkprogramma; en

b. indien het economische activiteiten bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, betreft, en het deel van de door de minister of andere bestuursorganen verstrekte subsidie niet meer bedraagt dan de toepasselijke drempelbedragen of percentages van de subsidiabele kosten en, voor zover van toepassing, voldaan wordt aan de aan de ophoging verbonden voorwaarden, die zijn opgenomen in de volgende bepalingen van de Algemene groepsvrijstellingsverordening:

1°. voor industrieel onderzoek, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°: artikelen 4, eerste lid, onderdeel i, onder II, en 25, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

2°. voor experimentele ontwikkeling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2°: artikelen 4, eerste lid, onderdeel i, onder III, en 25, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

3°. voor een haalbaarheidsstudie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 3°: artikelen 4, eerste lid, onderdeel i, onder VI, en 25, zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

4°. voor de bouw of het upgraden van onderzoeksinfrastructuur, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 4°: artikelen 4, eerste lid, onderdeel j, en 26, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

5°. voor investeringsactiviteiten in de uitrol van een grensoverschrijdend traject van een backbonenetwerk of een onderzees kabelnetwerk, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 5°: artikelen 4, eerste lid, onderdeel y ter, en 52 ter, derde lid, onderdeel a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Regeling
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
23-09-2026
BWB-id
BWBR0035474
Versie
2026-09-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl