wetzoeker

Artikel 3.5.14 Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies

Connecting Europe Facility-projecten (CEF-projecten)

1 Onverminderd het eerste lid bevat een aanvraag om subsidieverlening ten minste:

a. gegevens over de subsidieaanvrager, waaronder de naam van de aanvrager, indien van toepassing het nummer waarmee de aanvrager is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel, het post- en bezoekadres en het rekeningnummer;

b. gegevens over de contactpersoon bij de subsidieaanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;

c. een verwijzing naar de passages uit de Europese subsidieovereenkomst of, voor zover deze onvoldoende informatie bevat, een aanvullende omschrijving, waarin zich informatie bevindt over de werkzaamheden die door de subsidieaanvrager binnen het Europese en Nederlandse CEF-project worden uitgevoerd;

d. voor zover het economische activiteiten als bedoeld in artikel 3.5.2, tweede lid, onderdeel a, betreft:

1°. de gegevens, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

2°. gegevens over de grootte van de onderneming van de aanvrager, indien de aanvrager aanspraak wil maken op een verhoogd percentage aan subsidie voor een kleine of middelgrote onderneming als bedoeld in artikel 3.5.3, tweede lid, onderdeel a of b;

3°. een verklaring dat de aanvrager geen onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in de algemene groepsvrijstellingsverordening, inclusief een beslisschema, een organogram van de verbonden groep waaruit de aandelenverhoudingen blijken en enkelvoudige of geconsolideerde jaarcijfers van de groep die is gebruikt voor de invulling van het beslisschema.

2 De aanvraag gaat vergezeld van:

a. een voor openbare publicatie geschikte Nederlandse samenvatting van de projectomschrijving, inclusief de doelstelling of doelstellingen en de werkzaamheden binnen het Nederlandse CEF-project;

b. een financieringsplan en begroting waarin een omschrijving wordt gegeven van:

1°. de omvang van de gevraagde subsidie;

2°. een beschrijving van de subsidiabele kosten die betrekking heeft op één of meer van de activiteiten als bedoeld in artikel 3.5.2, tweede lid; en

3°. informatie over de wijze waarop de subsidieaanvrager zijn eigen aandeel in de projectkosten van het Nederlandse CEF-project financiert; en

c. een kopie van het Europese goedkeuringsbesluit.

Regeling
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
23-09-2026
BWB-id
BWBR0035474
Versie
2026-09-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl