wetzoeker

Artikel 2.27.2 Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies

Afzet van biologische landbouwproducten

1 De Minister verleent op aanvraag van een penvoerder subsidie aan een deelnemer in een biologisch samenwerkingsverband voor de uitvoering van een project, als bedoeld in artikel 32, zesde lid, onder a tot en met e, van de groepsvrijstellingsverordening landbouw dat gericht is op het vergroten van de afzet van biologische landbouwproducten.

2 Een deelnemer in een biologisch samenwerkingsverband komt uitsluitend voor subsidie als bedoeld in het eerste lid in aanmerking, indien:

a. de deelnemer een kleine, middelgrote of micro-onderneming is als bedoeld in artikel 2, onderdeel 52, van de groepsvrijstellingsverordening landbouw;

b. de deelnemer overeenkomstig artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007 in het handelsregister is ingeschreven;

c. de deelnemer gedurende de looptijd van de module aan ten hoogste twee projecten als bedoeld in het eerste lid deelneemt;

d. aan de deelnemer ten hoogste twee maal subsidie op grond van het eerste lid is verstrekt.

3 De penvoerder is deelnemer van het biologisch samenwerkingsverband.

4 Indien in een biologisch samenwerkingsverband een landbouwer deelneemt, dient deze biologisch gecertificeerd te zijn als bedoeld in hoofdstuk V van Verordening (EU) 2018/848 dan wel in omschakeling naar biologische productie als bedoeld in artikel 10 van Verordening (EU) 2018/848.

5 Het project, bedoeld in het eerste lid draagt bij aan ten minste één van de doelstellingen bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdelen a, b, e of i, en aan de doelstelling bedoeld in artikel 6, tweede lid, van Verordening (EU) 2021/2115.

Regeling
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
23-09-2026
BWB-id
BWBR0035474
Versie
2026-09-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl