wetzoeker

Wijzigingswet Wet gemeenschappelijke regelingen, enz. (dualisering gemeente- en provinciebestuur, enz.)

Wet van 9 juli 2014 tot wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en een aantal andere wetten in verband met de dualisering van het gemeente- en provinciebestuur en de invoering van een bedrijfsvoeringsorganisatie met rechtspersoonlijkheid, alsmede regeling van diverse andere onderwerpen

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2015
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Staats- en bestuursrecht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0035457
Versie
2015-01-01_0
SHA-256 bron
b05dfcb3454f541faaac00374d70e1b3562673cf13288c499838ee49af32a97f

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (14)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IIIa
  5. Artikel IV
  6. Artikel V
  7. Artikel VI
  8. Artikel VII
  9. Artikel VIIa
  10. Artikel VIII
  11. Artikel IX
  12. Artikel X
  13. Artikel XI
  14. Artikel XII

Artikel I

Wijzigt de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel II

Wijzigt de Gemeentewet.

Artikel III

Wijzigt de Provinciewet.

Artikel IIIa

Wijzigt de Waterschapswet.

Artikel IV

Wijzigt de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken.

Artikel V

Wijzigt de Wet Nationale ombudsman.

Artikel VI

Wijzigt de Wet Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten.

Artikel VII

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel VIIa

Wijzigt de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel VIII

Op een regeling die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, van deze wet bepaalt dat het bestuur van het openbaar lichaam onderscheidenlijk het gemeenschappelijk orgaan kan besluiten tot uitbreiding van de overgedragen bevoegdheden, blijft artikel 10, tweede lid, tweede volzin, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, tot uiterlijk een jaar na inwerkingtreding van toepassing.

Artikel IX

Op een algemeen bestuur dat op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel I, van deze wet niet voldoet aan artikel 13, eerste lid, eerste en tweede volzin, zoals dat luidt na inwerkingtreding van artikel I, onder I, blijft artikel 13, eerste lid, eerste volzin, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van artikel I, onderdel I, tot uiterlijk een jaar na inwerkingtreding van toepassing.

Artikel X

Een algemeen bestuur van een openbaar lichaam, ingesteld bij een regeling die uitsluitend is getroffen door colleges van burgemeester en wethouders en burgemeesters gezamenlijk, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel I, van deze wet niet bestaat uit leden die per deelnemende gemeente door het college uit zijn midden worden aangewezen en de burgemeesters van de deelnemende gemeenten, dient uiterlijk per 1 januari van het jaar na de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel I, van deze wet met artikel 13, tiende lid, in overeenstemming te zijn gebracht.

Artikel XI

Op een dagelijks bestuur dat op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel J, van deze wet bestaat uit leden die de meerderheid van het algemeen bestuur vormen, blijft artikel 14, eerste lid, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel J, tot uiterlijk een jaar na inwerkingtreding van toepassing.

Artikel XII

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.