wetzoeker

Artikel 2 Sanctieregeling Sudan 2014

1 De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 3, 6, 7, 8, eerste lid, en 9, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 747/2014 is de Minister van Financiën voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van tegoeden of informatie van financiële aard, met dien verstande dat instellingen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder a, c, e tot en met j en, voor zover het een bank of elektronischgeldinstelling betreft die cryptoactivadiensten aanbiedt, l, van de Sanctiewet 1977 de informatie, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 747/2014 verstrekken aan De Nederlandsche Bank en instellingen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder b, d, k en, voor zover het een andere instelling betreft dan een bank of elektronischgeldinstelling die cryptoactivadiensten aanbiedt, l, van de Sanctiewet 1977 de informatie, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 747/2014 verstrekken aan de Autoriteit Financiële Markten. De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten zijn ten behoeve van de uitvoering van voornoemd artikel 9 bevoegd de ontvangen informatie aan de Minister van Financiën te verstrekken.

2 De bevoegde autoriteit bedoeld in de artikelen 3, 6, 7, en 9, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 747/2014 is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van economische middelen of informatie anders dan van financiële aard.

Regeling
Sanctieregeling Sudan 2014
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
06-08-2026
BWB-id
BWBR0035436
Versie
2026-08-06_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl