wetzoeker

Besluit uitvoering kinderbijslag

Besluit van 25 juni 2014, houdende uitvoering van de Algemene Kinderbijslagwet (Besluit uitvoering kinderbijslag)

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2026
Rechtsgebied
Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Sociaal zekerheidsrecht
Ministerie
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
BWB-id
BWBR0035261
Versie
2026-01-01_0
SHA-256 bron
cd550101d42dfed53290f16ad9add626897df39476d10f9d3d0a620d76f26ef0

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (22)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 15
  14. Artikel 16
  15. Artikel 17
  16. Artikel 18
  17. Artikel 19
  18. Artikel 20
  19. Artikel 20a
  20. Artikel 21
  21. Artikel 22
  22. Artikel 23

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. wet: de Algemene Kinderbijslagwet;

b. onderhoud van het kind: de kosten die noodzakelijkerwijs verband houden met het onderhoud van het kind.

Hoofdstuk 2 — Het inkomen van het kind

Artikel 2

Vervallen

Hoofdstuk 2 — Het inkomen van het kind

Artikel 3

Vervallen

Hoofdstuk 2 — Het inkomen van het kind

Artikel 4

Vervallen

Hoofdstuk 3 — Het onderhoud van het kind

Artikel 5

1 Het bedrag van de door de verzekerde aan het onderhoud van het kind te leveren bijdrage om voor kinderbijslag in aanmerking te komen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, van de wet, is € 540 per kalenderkwartaal.

2 Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt ieder jaar per 1 januari gewijzigd op grond van de ontwikkeling die het basiskinderbijslagbedrag op grond van artikel 13, derde lid, van de wet heeft ondergaan in de periode 2 juli tot en met 1 juli direct voorafgaand. Het gewijzigde bedrag wordt door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant.

3 Het in het tweede lid bedoelde bedrag wordt afgerond op hele euro’s.

Hoofdstuk 3 — Het onderhoud van het kind

Artikel 6

1 Het bedrag van de door de verzekerde aan het onderhoud van het kind te leveren bijdrage om voor verdubbeling van de kinderbijslag in aanmerking te komen, bedoeld in artikel 7, zesde lid, van de wet, is € 1.432 per kalenderkwartaal.

2 Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt ieder jaar per 1 januari gewijzigd op grond van de ontwikkeling die het basiskinderbijslagbedrag op grond van artikel 13, derde lid, van de wet heeft ondergaan in de periode 2 juli tot en met 1 juli direct voorafgaand. Het gewijzigde bedrag wordt door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant.

3 Het in het tweede lid bedoelde bedrag wordt afgerond op hele euro’s.

4 Voor de toepassing van het eerste lid in de periode van 1 juli 2014 tot en met 31 december 2016 wordt het kind geacht grotendeels door de verzekerde te worden onderhouden als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel A, van de Wet hervorming kindregelingen, indien het bedrag van de door de verzekerde aan het onderhoud van het kind te leveren bijdrage € 1.294,00 per 1 januari 2026: € 1.432 per kalenderkwartaal bedraagt.

Hoofdstuk 3 — Het onderhoud van het kind

Artikel 7

1 In het bedrag van de door de verzekerde minimaal aan het onderhoud van het kind te leveren bijdrage om voor kinderbijslag in aanmerking te komen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, en het zesde lid, van de wet wordt in ieder geval geacht te zijn begrepen een bedrag van € 13 per dag dat het kind bij de verzekerde verblijft of de verzekerde bij het kind verblijft.

2 Indien het bedrag, genoemd in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 wordt gewijzigd, wordt het bedrag genoemd in het eerste lid, overeenkomstig en met ingang van hetzelfde tijdstip gewijzigd. Het gewijzigde bedrag wordt door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant.

Hoofdstuk 3 — Het onderhoud van het kind

Artikel 8

Voor het vaststellen van de hoogte van de bijdrage die de verzekerde per kalenderkwartaal levert aan het onderhoud van het kind, bedoeld in artikel 5, eerste lid en artikel 6, eerste lid, mogen de bijdragen aan het onderhoud van dat kind van personen die rechthebbenden zijn op grond van de wet bij elkaar worden opgeteld, en mogen tevens als die personen geen gezamenlijk huishouden vormen, de bijdragen aan het onderhoud van dat kind van degene met wie zij een gezamenlijk huishouden vormen, daarbij worden opgeteld.

Hoofdstuk 4 — Samenloop

Artikel 9

1 Indien voor een kind, dat niet als eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind behoort tot een huishouden, over eenzelfde tijdvak recht op kinderbijslag bestaat voor twee personen van wie één persoon krachtens overeenkomst of rechterlijke uitspraak verplicht is bijdragen te leveren voor levensonderhoud ten behoeve van dat kind, wordt de kinderbijslag, waarop laatstbedoeld persoon recht heeft, niet uitbetaald.

2 Het eerste lid vindt uitsluitend toepassing ten aanzien van overeenkomsten en rechterlijke uitspraken die tot stand zijn gekomen voorafgaand aan de dag waarop dit besluit in werking is getreden.

Hoofdstuk 4 — Samenloop

Artikel 10

1 Indien twee personen die recht hebben op kinderbijslag voor eenzelfde kind, dit kind op basis van een overeenkomst of rechterlijke beschikking overwegend in gelijke mate verzorgen en onderhouden zonder met elkaar een gemeenschappelijke huishouding te voeren, wordt tenzij in de overeenkomst anders is overeengekomen of in de rechterlijke beschikking anders is bepaald, het recht van één van deze personen op de kinderbijslag gelijk verdeeld uitbetaald aan beide verzekerden en wordt het recht van de andere persoon niet uitbetaald.

2 Het eerste lid is niet van toepassing op het extra bedrag aan kinderbijslag, bedoeld in artikel 7a, tweede lid, van de wet.

Hoofdstuk 5 — Kinderbijslag bij intensieve zorg

Artikel 11

1 Van intensieve zorg als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de wet is sprake als het een kind betreft dat zodanig ernstig beperkt is in het dagelijks functioneren als gevolg van een ziekte of stoornis van lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of geestelijke aard dat de verzorging en oppassing door de ouders in ernstige mate wordt verzwaard.

2 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop vastgesteld wordt of er sprake is van intensieve zorg als bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk 5 — Kinderbijslag bij intensieve zorg

Artikel 12

1 Om te bepalen of een kind intensieve zorg behoeft, ontvangt de Sociale verzekeringsbank een op medische gegevens gebaseerd advies van het Centrum indicatiestelling zorg, genoemd in artikel 7.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg:

a. op verzoek van de Sociale verzekeringsbank; of

b. ambtshalve, indien sprake is van ambtshalve verstrekking van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 9.1.3a, eerste lid, van de Wet langdurige zorg.

2 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de procedure alsmede de beoordelingscriteria waarop het advies, bedoeld in het eerste lid, wordt gebaseerd.

Hoofdstuk 6 — Dubbele kinderbijslag bij om onderwijsredenen niet thuis wonende kinderen

Artikel 15

1 Onder beroep als bedoeld in artikel 7, zesde lid, onderdeel b, onder 2°, van de wet wordt verstaan: het beroep dat wordt uitgeoefend door de personen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen b, c en d, van de Subsidieregeling opvang kinderen van ouders met trekkend/varend bestaan, alsmede het beroep dat wordt uitgeoefend door een persoon die op grond van artikel 1, tweede lid, van genoemde subsidieregeling is gelijkgesteld met een in artikel 1, eerste lid, onderdelen b, c en d, van de genoemde subsidieregeling genoemde persoon.

2 Onder deel van Nederland als bedoeld in artikel 7, zesde lid, onderdeel b, onder 3°, van de wet wordt verstaan: Ameland, Vlieland, Terschelling of Schiermonnikoog.

Hoofdstuk 7 — Wijziging van enkele besluiten

Artikel 16

Wijzigt het Besluit regels export uitkeringen.

Hoofdstuk 7 — Wijziging van enkele besluiten

Artikel 17

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Tijdelijke wet pilot loondispensatie.

Hoofdstuk 8 — Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 18

Vervallen

Hoofdstuk 8 — Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 19

Vervallen

Hoofdstuk 8 — Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 20

Vervallen

Hoofdstuk 8 — Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 20a

1 De artikelen van hoofdstuk 5 zoals die luidden voor de datum van inwerkingtreding van het besluit van 11 december 2014, Stb. 556 tot wijziging van het Besluit uitvoering kinderbijslag in verband met de aanpassing aanwijzing intensieve zorg blijven van toepassing voor een indicatiebesluit dat is afgegeven voor 1 januari 2015.

2 In geval van toepassing van het eerste lid blijven indicatiebesluiten waarvan de geldigheidsduur eindigt in 2015 gedurende zes maanden na de datum van het einde van de geldigheidsduur van het indicatiebesluit van kracht.

Hoofdstuk 8 — Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 21

1 De volgende besluiten worden ingetrokken:

a. Besluit onderhoudsvoorwaarden kinderbijslag;

b. Samenloopbesluit kinderbijslag.

2 De volgende ministeriële regelingen worden ingetrokken:

a. Regeling inkomen kinderbijslag 1997;

b. Regeling forfaitaire bedragen onderhoudsvoorwaarden kinderbijslag 2012;

c. Regeling tegemoetkoming ouders van thuiswonende gehandicapte kinderen.

Hoofdstuk 8 — Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 22

1 Indien het bij koninklijke boodschap van 2 september 2013 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet, de Wet op het kindgebonden budget, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomstenbelasting 2001, de Wet studiefinanciering 2000 en enige andere wetten in verband met hervorming en versobering van de kindregelingen (Wet hervorming kindregelingen) (33 716) tot wet is verheven en in werking treedt, treden de artikelen van dit besluit in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel A, voor wat betreft artikel 7, eerste tot en met vijfde, achtste en negende lid, van die wet in werking treedt.

2 In afwijking van het eerste lid treedt hoofdstuk 5 en artikel 21, tweede lid, onderdeel c, in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel B, van het in het eerste lid genoemde voorstel van wet tot wet is verheven en in werking treedt.

3 In afwijking van het eerste lid treedt hoofdstuk 6 in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel A, voor wat betreft artikel 7, zesde lid van het in het eerste lid genoemde voorstel van wet tot wet is verheven en in werking treedt.

4 In afwijking van het eerste lid treedt artikel 16 in werking op het tijdstip waarop artikel III, onderdeel A, van het in het eerste lid genoemde voorstel van wet tot wet is verheven en in werking treedt.

5 In afwijking van het eerste lid treedt artikel 17 in werking op het tijdstip waarop artikel VIII, onderdeel B, tweede subonderdeel, van het in het eerste lid genoemde voorstel van wet tot wet is verheven en in werking treedt.

Hoofdstuk 8 — Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 23

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit uitvoering kinderbijslag.