wetzoeker

Artikel 9.2 Regeling houders van dieren

Overige bepalingen

1 Als krachttoestel als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, onderdeel c, van de wet is toegelaten een krachttoestel dat voldoet aan de volgende eisen:

a. het toestel is te stabiliseren tegen de achterhand van een staande of liggende koe;

b. het toestel beschikt over een flexibele tweedelige beugel die om de achterhand van de koe past;

c. de bevestiging van de stang aan de beugel maakt variatie in trekrichting mogelijk;

d. de lengte van de stang bedraagt 1,8 tot 2 meter;

e. de trekkracht van de stang is tijdelijk te verminderen zonder afkoppelen of afglijden van het toestel;

f. het toestel is eenvoudig te reinigen en te desinfecteren, en

g. het toestel bevat een trekkrachtindicator.

2 Het gebruik van het in het eerste lid bedoelde krachttoestel is uitsluitend toegestaan bij een niet vorderende partus bij een normale voorwaartse of achterwaartse ligging van het kalf, indien:

a. de koe niet eigenmachtig de geboorte kan voltooien, en

b. redelijkerwijs vaginale verlossing mogelijk is.

3 In afwijking van het eerste lid, is tot 1 januari 2025 een krachttoestel toegelaten dat voldoet aan de eisen, genoemd in onderdelen a tot en met f, indien deze is aangeschaft vóór 1 juli 2015.

Regeling
Regeling houders van dieren
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
19-09-2026
BWB-id
BWBR0035248
Versie
2026-09-19_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl