wetzoeker

Artikel 8.5 Regeling houders van dieren

Bedrijfsmatig houden van dieren anders dan voor landbouwdoeleinden

1 Het bewijs van inenting, bedoeld in artikel 3.15, onderdeel b, van het besluit, is een door een dierenarts opgemaakt en schriftelijk afgegeven bewijs.

2 Het is het eerste lid bedoelde bewijs heeft betrekking op de inentingen die overeenkomstig de artikelen 8.3 en 8.4 hebben plaatsgevonden en bevat de volgende gegevens:

– naam en praktijkadres van de dierenarts;

– de inentingsdatum, het herhalingsinterval en voor zover dat van toepassing is de hiervan gemotiveerde afwijkingen;

– geslacht van het dier;

– kleur van het dier;

– voor zover bekend, ras van het dier;

– voor zover bekend, geboortedatum van het dier en

– indien aanwezig, het identificatienummer van de chip of de cijfer- en lettercode van de tatoeage.

3 Met het in het eerste lid bedoelde bewijs van inenting wordt gelijkgesteld een bewijs van inenting dat ingevolge het Honden- en kattenbesluit 1999 voor desbetreffende hond of kat is afgegeven.

Regeling
Regeling houders van dieren
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
19-09-2026
BWB-id
BWBR0035248
Versie
2026-09-19_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl